Ogen en oren

 

De border collies waarmee gefokt wordt moeten beiden [zowel teef en reu ] ieder jaar [tot het 5 de levensjaar]een ogentest laten afnemen.

De volgende oogziektes worden bekeken of de hond drager of leider is hiervan.

Op deze manier proberen we gezondere honden te fokken.

De testen worden door speciaal hiervoor opgeleide mensen afgenomen.

Kijk voor de officiële uitslagen en zij die hierin gespecialiseerd zijn om deze testen te mogen uitvoeren in het Border Collie Nieuws. 

 

http://www.ecvo.org/inherited-eye-diseases/images-for-panellists

 

 

Op de volgende oogziektes wordt gecontroleerd;

Glaucoom: De druk in de voorste oogkamer neemt toe, waardoor de lens vertroebelt. De ziekte mondt uit in blindheid. Vaak worden beide ogen aangetast. Enkele vormen van glaucoom worden als erfelijk beschouwd. Bij de symptomen horen roodheid van de schlera ("oogwit"; dat bij honden overigens meestal bruin is), blauw verkleuring van het hoornvlies, vergrote pupil, tranen, gevoeligheid voor licht of zelfs vergroting van de oogbol. Meestal zal het oog - ondanks behandeling - verloren zijn. 

Collie Eye Anomaly (CEA): komt voor bij de Schotse Collie (lang- en korthaar),  Border Collie, Sheltie en de Bearded Collie. 

 

CRD (ChorioRetinale Dysplasie): Op bepaalde plaatsen is het netvlies -vaatvlies niet goed aangelegd .

COL (Colobomata of sluitingsdefecten): Er zitten als het ware 'gaten' in de retina; deze gaten geven nauwelijks problemen bij het gezichtsvermogen. 

AR (Atresia Retinae): Loslaten van retina. Het is duidelijk dat dit het gezichtsvermogen negatief beïnvloedt.

Cataract: Komt regelmatig voor bij honden en is meestal erfelijk. Aangezien de honden zich vaak aanpassen aan de wolkerige of mistige ooglens, merkt de eigenaar weinig tot niets totdat de blindheid ernstige vormen aanneemt. 

 

Progressieve Retina Atrofie (PRA): 

Komt voor bij vele rassen, inclusief kruisingen. De verschijnselen variëren per ras. De lichtgevoelige laag in het oog, waardoor het gezichtsvermogen vermindert. Ook de leeftijd waarop de verschijnselen zich voordoen varieert van ras tot ras; de Collie-achtigen en de Ierse Setter vertonen op zeer jonge leeftijd (vanaf zes weken) de symptomen.

De ziekte eindigt altijd met blindheid. Vaak wordt op den duur ook cataract gezien. 

 

1. erfelijke progressieve nachtblindheid, voorheen gegeneraliseerde PRA genoemd,

2. erfelijke (stationaire) nachtblindheid,

3. erfelijke (stationaire) dagblindheid,

4. pigment epitheel dystrofie (PED), voorheen dag-/tunnelblindheid of centrale PRA genoemd.

Omdat alleen van de eerste vorm. bewezen is hoe deze overerft, nl. enkelvoudig recessief zal verder alleen over deze gegeneraliseerde vorm van PRA gesproken worden. Deze vorm. kan verder worden onderverdeeld in verschillende subvormen. Deze onderverdeling is gebaseerd op het verschil in leeftijd waarop de symptomen optreden.

a. vroege vorm

Hierbij zijn de staafjes en/of kegeltjes verkeerd aangelegd (displastisch) en zullen zij ook al vroeg degenereren. De dieren worden dan ook al vroeg nachtblind (binnen de eerste 6 maanden) en als de dieren P2 jaar oud zijn, zijn ze volledig blind. Hierbij ziet men dus reeds op geslachtsrijpe leeftijd symptomen.

Gepredisponeerde rassen zijn onder andere: Ierse en Gordon setter, collies, Shelties, Noorse elandhond (Bedford, 1989).

b. late vorm

Hierbij zijn de staafjes normaal aangelegd en degenereren ze ook later. Nachtblind worden de dieren op 3-5 jaar, blind pas op 6-9 jaar, dus hier worden de symptomen pas zichtbaar als de dieren de reproductieleeftijd reeds lang bereikt hebben.

De symptomen:

In het begin valt het de eigenaar op dat de hond schrikachtig wordt bij schemer. Gezichtsvermindering bij schemer is namelijk een van de eerste symptomen. Bij diergeneeskundig onderzoek vertoont de hond mydriasis en vertraagde pupilreflexen. Op welke leeftijd de symptomen beginnen is afhankelijk van het ras en kan variëren van enkele maanden tot 4-5 jaar. De aandoening verloopt progressief en de dieren worden uiteindelijk volledig blind.

 

Ontstekingen ooglid
 

Trichiasis
Trichiasis is de aandoening, waarbij haren die zich op een normale plaats bevinden, door een afwijkende stand (bv. op een neusplooi) het bindvlies of hoornvlies irriteren/beschadigen.

Therapie
Afhankelijk van de ernst van de problemen kan behandeling bestaan uit wegknippen van de irriterende haren, epileren of chirurgische correctie (bv. wegnemen van de neusplooi).
 

 

Collie Eye Anomaly (CEA)

De Collie Eye (=oog) Anomaly (=aangeboren abnormaliteit) of CEA is een verzamelnaam van een groep aangeboren ontwikkelingsstoornissen van het netvlies/vaatvlies en de achterwand van het oog bij Collieachtigen en Shelties. De afwijkingen komen meestal beide zijden voor, maar kunnen ook éénzijdig voorkomen. In Nederland heeft circa 20-40% van de Collies en Sheltie’s CEA. Van de overige is een nog groter percentage (sommige beweren rond de 90%) drager en slechts een enkel individu is "Genetisch vrij".

Verschijnselen:

Tortuosity = TORT: De lichtste afwijking bestaande uit een overmatige kronkeling van de netvliesvaten. Er bestaat enig verschil van mening over de vraag of Tort wel bij het CEA-syndroom behoort. Daarom worden alleen zeer uitgesproken vaatafwijkingen aangeduid als CEA.

Chorioretinale Dysplasie = CRD: De tweede vorm waarbij kleine gebiedjes netvlies-vaatvlies verkeerd zijn aangelegd. Tort en CRD geven geen duidelijke problemen met het gezichtsvermogen.

Colobomata = COL: De derde type CEA wordt gevormd door de sluitingsdefecten. Een coloboma geeft alleen bij hoge uitzondering problemen met het gezichtsvermogen, zelfs als zij erg groot zijn en of in de papil of blinde vlek liggen.

Netvlies loslating = AR, bloedingen in het oog = IOB en de onderontwikkelde oogzenuw = Hypoplastische papil of HP zijn de ernstigste typen afwijking behorend bij het CEA. Deze vormen hebben wel vrijwel altijd blindheid van het desbetreffende oog tot gevolg. Het is overigens nog niet helemaal duidelijk of HP inderdaad bij het CEA-syndroom behoort of dat het een aparte afwijking is. De combinatie komt echter wel regelmatig voor.

CEA is in het algemeen niet progressief (verslechterend). De pups worden dus met CEA geboren of niet. Alleen de AR en de IOB kunnen tijdens het verdere leven nog enigermate verslechteren, veelal door bloedingen. CEA veroorzaakt geen pijn voor de hond.

CEA vaststellen.

Bij de lichtste vormen kunnen deze plekjes bij de vorming van de reflectorlaag in het oog (7-8 ste week) worden afgedekt en daardoor aan het oog van de onderzoeker worden onttrokken. Dergelijke honden lijken daardoor later vrij van CEA, terwijl zij bij de nestcontrole niet vrij zouden hebben gekregen (zogenaamde "go normals"). In het kader van de bestrijding van CEA is het dan ook het beste de controle in de 6e week te verrichten. Voor het vaststellen van de overige vormen van CEA is het beter te wachten tot de oogbol volgroeid is.

Oorzaak.

Het beeld van CEA toont variatie in de ernst van de aandoening, waardoor het aannemelijk is dat de aandoening een poligenetisch karakter heeft. Dit wil zeggen dat er meer genen in het spel zijn om CEA te hebben.

 

Genezen en Voorkomen?

CEA is helaas niet te genezen.

Voorkomen wel en wel door een strikt fokbeleid.

Voor oog onderzoek kan u zich wenden tot:

Dierenarts Specialisten Amsterdam Weesperzijde 147
1091 ET Amsterdam Dr. M.H. Boevé 020-6920936

Diergeneeskundig Centrum Bekenland Geesterseweg 16
7275 BM Gelselaar Dr. M.H. Boevé 0545-481666

Dierenkliniek Bron Kennemerstraatweg 263
1814 GH Alkmaar Dr. M.H. Boevé
Dr. F.C. Stades
Drs. J. Gutteling 072-5112133

Diergeneeskundig Centrum Hopmans Groene Zoom 2
9301 SJ Roden Mw A. Leber DVM 050-5015500

Dierenkliniek Sneek Kanaalstraat 3
8601 GA Sneek Drs. J. Gutteling 0515-412112

Dierenkliniek Emmeloord Espelerlaan 77
8302 DC Emmeloord Drs. J. Gutteling 0527-613500

Dierenkliniek Oost Drenthe Hoofdweg 26 A
7871 TC Klijndijk Drs. J. Gutteling 0591-513151

Specialistenpraktijk De Kompaan Van Reeuwijkstr 34
7731 EH Ommen Drs. J. Gutteling 0529-452580

Veterinaire Specialisten Boxtelsebaan 6
5061 VD Oisterwijk Drs. A. Heijn 013-5285900

Dierenkliniek Hellendoorn Ommerweg 54
7447 RG Hellendoorn Mw Drs. W.G. Roelofsen 0548-655065

Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren Yalelaan 8
3508 TD Utrecht (Uithof) Dr. F.C. Stades,
Dr. M.H. Boevé.
Mw. Drs. Djajadiningrat -Laanen 030-2539411

Dierenkliniek Den Dolder Dr J.C. Boswijklaan 11a
3734 EA Den Dolder Dr. F.C. Stades 030-2282211

Specialistencentrum De Wagenrenk Keijenbergseweg 18
6705 BN Wageningen Dr. F.C. Stades
Mw. drs. R.O.M. van de Sandt 0317-419120

Dierenkliniek Den Heuvel Oirschotseweg 113A
5684 NH Best Mw. Drs. K.J.M. Stróbl 0499-374205

Dierenziekenhuis Limburg Aldenhofstraat 11
6091 GP Neerbeek Mw. Drs. K.J.M. Stróbl 046-4376700

Dierenhospitaal Visdonk Visdonkseweg 2a
4707 PE Roosendaal Mw. Dr. A.M. Verbruggen 0165-583750

Kliniek voor Specialistische Diergeneeskunde Barbarakruid 2
3068 SB Rotterdam Mw. Dr. A.M. Verbruggen 06-10460877

Diergeneeskundig Specialisten Centrum Den Haag
Regentesselaan 190 2562 EH Den Haag Mw. drs. R.O.M. van de Sandt 070-3602424

 

De border collie club erkent echter pas de testen op CEA op een leeftijd van 18 maanden.

Doordat er nu ook een DNA CEA test mogelijk is vervalt de noodzaak om de pups op CEA te testen met 6-7 weken, wat we dus eerder deden.

Omdat we fokken met DNA CEA Normal honden, hebben we bij ons de CEA onder controle.

DNA testen wat is dat?

klik hier.

 

 

 

 

Oren

Nog even de oren....zodat ze goed kunnen horen...;-]

Regelmatig de oren van uw hond reinigen met een oorreiniger specifiek voor honden kan veel problemen voorkomen. Men laat de oorreiniger op kamertemperatuur in het oor lopen. Dit wordt zachtjes ingemasseerd door op de gehoorgang te duwen die voelbaar is door de huid. Hierdoor wordt het eventueel aanwezige vuil opgelost en zacht. Als de hond nu zijn hoofd schudt komt het losgeweekte vuil automatisch naar buiten. Enkel het zichtbare vuil in de oorschelp mag met zachte watten weggeveegd worden. Deze behandeling eventueel herhalen. Wanneer men hiervoor oorstokjes of watten gebruikt, duwt men het aanwezige vuil nog dieper de gehoorgang in en de mucosa die hier erg dun is kan heel gemakkelijk beschadigd worden zodat we de situatie erger maken in plaats van beter. Oorreiniger is bij iedere dierenarts of apotheek te verkrijgen.

Er is ook een nieuw middel tegen oormijt: Stronghold. Door middel van een simpel pipetje in de nek te druppelen verdwijnt de oormijt. Dit middel mag pas vanaf 6 weken leeftijd bij puppies gebruikt worden. Stronghold is sinds vanaf 1 maart 2000 uitsluitend bij uw dierenarts te verkrijgen.



Oormijt 

Oorontstekingen bij honden  worden meestal veroorzaakt door een of andere oormijt. De oormijt leeft in de gehoorgang van oorsmeer en huidschilfers. Oormijt veroorzaakt veel irritatie waardoor er veel oorsmeer wordt geproduceerd, hetgeen de mijt prima vindt. De oormijt gaat dan eitjes leggen en na ongeveer twee weken komen deze uit.

De honden kunnen elkaar met oormijt besmetten en er treden ook sneller complicaties op. Wanneer de hond er last van heeft, krijgt hij vuile oren met veel oorsmeer, schudt met zijn kop, krabt erg veel aan de oren soms zo vaak dat hij ze kapot krabt. Hierdoor ontstaat er al snel  een bacteriële infectie waardoor de verschijnselen aanmerkelijk in ernst toenemen.Een oormijt infectie moet behandeld worden, want het gaat nooit vanzelf over.Meestal zijn beide oren besmet. Zijn de oren erg vuil, dan moeten ze gespoeld worden met lauw water, om het vuil te verwijderen. Vervolgens wordt er in de oren een zalf aangebracht, die op zijn minst een of ander insecticide moet bevatten om de mijten te doden..

Het is van groot belang om dieren met oorschurft snel en goed te behandelen, namelijk om complicaties en besmetting van andere dieren te vermijden en om te voorkomen dat de ontsteking chronisch wordt.

 

 

Het ingeven van medicijnen.


Wanneer de pup al gewent wordt aan het betasten van zijn bekje en het openen hier van door u zult u makkelijker een pilletje achter in zijn strotje kunnen stoppen .U houdt daarna het bekje dicht,wrijft over zijn keeltje van boven naar onder en terug. Hij zal een slik beweging maken en weg is het pilletje. Ook kunt u de neusgaatjes even dicht houden. Waardoor hij ook zal slikken.

Maar een vriendelijkere methode is toch onderstaande.

Ook kunt u het pilletje in een stukje worst stoppen of iets anders wat de hond lekker vind.
U dient dus te oefenen nog eer uw hond ziek is.

Drankjes
U stopt wat water in een  injectiespuit de naald moet er uit zijn , dat spreekt voor zich....

Laat de pup eraan snuffelen en likken spuit een beetje water over zijn lipjes. Hier maakt u dan een leuk spelletje van tot u in staat bent om het spuitje in zijn bijna gesloten bek kunt spuiten.

 

Oren
De oren horen schoon te zijn en niet vies te stinken. Wanneer een hond oorontsteking heeft merkt u dat b.v. als hij met zijn kop begint te schudden & krabt wat vaker. Tevens kan de hond last hebben van oormijt. Dit herkent u aan een bruin/zwart korrelige goedje in zijn oorschelp. Neem even contact op met Uw dierenarts omdat met name oormijt heel besmettelijk .Vermijd contact met andere honden anders heeft u zo een epidemie.

   

 

Bloedoor


De oorschelp bestaat uit een binnen-en buitenlaag van huid, waartussen het kraakbeen van het oor zich bevindt. Door stoten, heftig klapperen of krabben kan er tussen de lagen van het oor een bloeduitstorting ontstaan, een zogenaamd bloedoor of othematoom.

Symptomen/diagnose
De oorschelp zwelt plaatselijk of in zijn geheel acuut op. Indien het othematoom niet behandeld wordt, kunnen in een later stadium (na enkele weken) als gevolg van verminderde voeding van het kraakbeen en ontstekingsreacties misvormingen van met name het kraakbeen en daardoor de oorschelp ontstaan (¨schrompeloor¨). Behalve een cosmetisch bezwaar kan dit ook tot gevolg hebben dat de gehoorgang dichtgedrukt gaat worden.
De diagnose wordt gesteld op basis van het klinische beeld.

Therapie
De behandeling kan chirurgisch zijn, waarbij op het moment dat de acute bloeding gestopt is (dat wil zeggen enkele dagen tot maximaal 10 dagen na ontstaan van het othematoom) de bloedholte geopend wordt, waarna binnen-en buitenblad door  en door, als een matras, met hechtingen weer op elkaar gehecht worden.
Een alternatieve behandeling kan bestaan uit het draineren van de bloedholte, waarna een ontstekingremmende injectie in de holte gespoten wordt. Deze techniek is minder belastend, doch geeft in het algemeen een grotere kans op herhaling van het probleem op termijn.
Behalve het bloedoor moet uiteraard ook een eventueel onderliggende oorzaak behandeld worden .