Schapendrijven

 

 



 

 

     

Schapendrijf lessen -Nederweert- Limburg

Kunt U volgen bij mijn man, Math - 06-81351835

Hij kan zich voorstellen dat anderen dat ook graag willen leren.

Vandaar dat hij ook schapendrijf cursussen geeft .

 Math geeft op Zaterdag en Zondag ochtend les alleen aan gemotiveerde cursisten van:

10.00 u. tot 13.00 uur.

Wij werken met een leskaart van 10 praktijklessen.

De eerste les is een intakemoment zit niet in het 10 ritten kaart systeem.

Wordt dus apart bekeken en berekend.

Hierin wordt gekeken wat de hond van nature in huis heeft aan schapendrijf interesse en werkeigenschappen.

Samen met de trainer zullen uw doelstellingen voor de training worden besproken. 


Tijdens de training komen alle aspecten van het schapendrijven aanbod: praktijkwerk, trialing en schapenkennis. 

Hij laat ook beginnende border collies snuffelen bij de schapen.

Kosten 15,- euro per hond, per keer.

Math zal dan kijken of en ja in hoeverre Uw hond op dit punt aanleg heeft en/of dat de hond misschien nog wat meer tijd nodig heeft. enz.

Math zal U zeker niet aan het lijntje houden en U uw centjes uit Uw zak kloppen en U maar een aantal maanden 12 uur te laten lopen.

Wanneer hij U groen licht geeft, kunt u als u dat wilt bij hem les nemen.

De honden dienen echter ouder dan 11 maanden te zijn en goed te luisteren naar hun baas.

 

In de winter- begin Lente geen les, omdat dan de schapen aflammeren.

Weer omstandigheden ect.de les gaat altijd door.

Deelname is op eigen risico.

We zijn niet aansprakelijk als er iets mis gaat met mens of dier.

Zelf stevige kleding aandoen en schoenen.

De hond diendt aangelijnt aan de kant te blijven tot Math U roept.

Er is altijd lekker wat te drinken en een koekje erbij, voor hen die wachten.

Neem bij mooi weer zelf een klapstoeltje mee.

Het ontstaan 

Bala werd de eerste international gehouden in 1876

Schapenhonden zijn eigenlijk roofdieren,die samen met de herder op jacht gaan naar de prooi.

Door de eeuwen heen zijn er verfijningen in het ras gefokt. Zo is de “kill” de eind fase van zijn roofdier eigenschappen eruit gefokt. Niet iedere border collie is even goed voor het drijven van schapen. Hoe goed zijn ouders ook hier in waren.

Invloeden van buiten af, zoals ervaring van de handler met het fenomeen schapendrijven ,kan van invloed zijn. Maar ook het feit dat er in een nest gewoon 2/3 goede drijvers in aanleg maar in zitten,terwijl de ouders prachtige drijvers zijn speelt hier een rol in.In aanleg heeft wel iedere border interesse alleen de mate verschilt.

 

Een aantal jaren geleden testen wij mijn pups op de eigenschap van het drijf vermogen. Ik kwam tot de conclusie dat de test hierop waardeloos is. Sindsdien test ik hooguit nog op karakter van de pup.

De eerste basistraining gebeurt met een hond vanaf ongeveer 1 jaar. Wel vaak meenemen naar het trainingsveld[kijken],dit bevordert de interesse voor het fenomeen schapen en af en toe "snuffelen"onder deskundige begeleiding.

Hij/zij is dan lichamelijk en geestelijk in staat de basis principes aan te leren. Gebruik voor deze jonge honden getrainde schapen [hond gewenning].

En ga naar een herder of trainer toe die ook daad werkelijk verstand heeft hier van.

Enkele commando’s;  

That’ll do/kom hier.

Lie down/ga af.

Away /naar rechts.

Come by /linksom.

Walk on/toe maar.

Steady /rustig.

Stay /blijf.

Look back /kijk terug.

Stand on your feet /ga staan

 

Nadat de hond en de baas de oefeningen snappen die bij de commando’s passen, kan men overgaan op fluit Commando’s.

Uw instructeur zal u hier alles over vertellen.  

  De border collie is van oorsprong dus een herders hond ,die special voor het schapen drijven werd gefokt. Maar hij drijft b.v. ook vee,kalkoenen,ganzen/eenden,en zelfs herten.

Op een schapen bedrijf verricht de hond ontelbare nuttige verrichtingen zoals; schapen ophalen ,weg brengen,splitsen voor b.v. entingen/ontwormen/scheren/hoeven kappen/in/uit een vee trailer halen voor naar de veemarkt.

Naast de praktijk is het ook mogelijk om aan trials [schapendrijf wedstrijden] mee te doen.

De hond moet dan een parkoers lopen met uit de praktijk komen de oefeningen.

 

Zoals,outrun {in een wijde boog om de schapen heen gaan.] De fetch,de drive,de shedding [het scheiden van een paar gemerkte schapen] en het pennen[ de schapen in een afgezet vierkant drijven en het hek sluiten].

In Nederland organiseert de Border Collie Club Nederland en de 
Dutch Sheepdog Society
  wedstrijden,  maar er worden ook veel wedstrijden door privé initiatieven georganiseerd.

 

Er bestaan verschillen in klassen. Men kent de promotie klasse en de kwalificatie klasse . Voordat men start met de promotie klasse, moet men eerst met zijn hond een startlicentie behalen.  

Deze worden afgenomen door leden van de B.C.C.N. welke zijn aangewezen door het bestuur. Deze startlicentie toont aan dat de hond de schapen op een rustige en gecontroleerde manier de schapen kan sturen. Van de promotie klasse kan men promoveren naar de kwalificatie wedstrijd klasse.

De beste deelnemers kunnen dan mee doen aan de Nederlandse/internationale kampioenschappen.  

Bij het drijven van schapen moet de handler niet alleen verstand hebben van honden en hun gedrag maar ook van die van schapen.  

 

Math is hier een paar goede tips aan het krijgen van wereld kampioen Aled Owen.

 

Top Tien Excuses

1.      Well he's never done that before.

2.      It was impossible with that sheep.

3.      Someone has a bitch in season.

4.      Never saw the sheep.

5.      Ain't My Dog

6.      I had a sick sheep.

7.      Who was blowing that whistle, while I was running.

8.      Those gates have been placed wrongly, no-one will hit them.

9.      We had a bad trip here, my dogs a bad traveller.

10. Where does this judge come from, does he know what he's doing.

Of weet U er nog een paar?

 

 

Math met Mike Hall 

 

WEDSTRIJDEN SCHAPENDRIJVEN: REGELS EN INTERPRETATIES


Geschreven door:Henk Verhoeve

Een praktische handleiding voor deelnemers en jury’s

Dank aan Henk voor zijn mooie artikels.

Regels kunnen inmiddels weer aangepast zijn.

Vraag de border Collie club voor verdere info.

 

INLEIDING 

Schapendrijven met Border Collies als wedstrijdsport, groeit – mede dankzij de uitzendingen van “one man and his dog” - de laatste jaren enorm in populariteit. Veel mensen “rollen” als het ware in de sport. Men koopt een Border Collie. Leest of hoort wat de oorspronkelijke taak van deze honden is en – ach waarom niet – men “probeert” zijn (*) hond eens bij schapen en ontdekt wat een border werkelijk is wanneer hij kan doen waarvoor hij gefokt is. Hond en baasje raken enthousiast. Vervolgens gaat men trainen – alleen, met vrienden of bij een trainingscentrum – en stap voor stap nadert het moment om aan een echte wedstrijd deel te nemen. Wat precies de regels zijn en waarop beoordeeld wordt,  blijkt – op te maken uit de vele vermijdbare fouten die gemaakt worden - bij veel beginners niet echt duidelijk. Natuurlijk kan men door als toeschouwer goed op te letten, veel ontdekken, en meer ervaren handlers zijn altijd bereid uitleg te geven. Toch zou het handig zijn als alle regels eens op papier stonden, duidelijk uiteengezet en voorzien van de meest voorkomende fouten: Nu, dit werkje is een poging daartoe.

 

Als basis is uitgegaan van de “Rules for Trials” en de daaraan gekoppelde “Notes for the Guidance of Judges” zoals opgesteld door de ISDS. De BCCN heeft hieraan het “Competitie en Wedstrijdreglement” ontleend. Verder hebben mensen als  Collin Gordon, John Templeton en  T.W. Japp getracht vanuit hun langjarige ervaring de belangrijkste punten op schrift te stellen. Van al deze bronnen is hier uitvoerig gebruik gemaakt. Ook tal van Nederlandse handlers en “judges” hebben hun steentje bijgedragen aan het vervolledigen van onze opzet. Hierbij wil ik met name noemen Thijs Gottmer, Mike van der Most, Hans en Amanda van den Oever, Ans van der Zweep, Louise Liebenberg en Serge van der Zweep. In een later stadium is nog informatie uit “USBCHA Judging Guidelines” aan dit overzicht toegevoegd.

 

De eindverantwoordelijkheid voor het beoordelen van een run blijft altijd bij het individuele jurylid liggen. Elke trial verschilt qua terrein, soort schapen en andere omstandigheden. Zolang een jury binnen een trial alle deelnemers op eenzelfde manier beoordeelt en hij tijdens de briefing duidelijk maakt waar hij speciaal op let, is enige diversiteit van opvattingen over wat goed en fout is en hoe fouten leiden tot aftrekpunten, niet al erg. Van een jury mag verwacht worden dat hij verstand heeft van het praktische werk van de Border Collie. Situaties die niet expliciet in regels zijn vastgelegd dient hij vanuit dit oogpunt te beoordelen.

 

Verder zijn een aantal regels en bepalingen vastgelegd in “Border Collie Club Nederland: Statuten, Reglementen, Richtlijnen”. Deze zijn niet specifiek herhaald in deze brochure, voor nadere details wordt dan ook verwezen naar de oorspronkelijke teksten (zie de  bibliografie aan het eind).

 

In deze handleiding worden de verschillende onderdelen van een trial – outrun, lift, fetch, drive, shed/single en penning – achtereenvolgens behandeld. Per onderdeel wordt aangegeven hoe het ideaal eruit ziet, welke fouten er gemaakt kunnen worden en wat dit aan aftrekpunten kost. Hierbij is uitgegaan van een beoordeling tijdens een open- of kwalificatieklassewedstrijd. In promotie- of klasse 2 wedstrijden gelden dezelfde beoordelingspunten, alleen worden fouten hier iets minder streng aangerekend: het is aan de individuele jury hier een maat in te bepalen.

 

Een run tijdens een wedstrijd is een zeer complex gebeuren. Ook handlers die al vele jaren aan wedstrijden hebben deelgenomen, leren nog steeds bij van hun ervaringen. Deze brochure zal dan ook verre van compleet zijn. Mist u zaken of heeft u een bepaalde opvatting over de stellingen die hier neergeschreven zijn? Aarzel niet mij te voorzien van tips, kritiek en ideeën zodat in een volgende uitgave nog meer informatie te vinden is waarmee handlers hun voordeel kunnen doen. Schrijf, bel of mail naar: Henk Verhoeven, Wilhelminastraat 45 5121 WR Rijen, tel: 0161-222018, e-mail: karlaenhenk@home.nl. Mij aanspreken tijdens een van de activiteiten van de BCCN kan natuurlijk ook.

 

* Overal waar de mannelijke vorm staat (hij, zijn, hem) kan uiteraard ook de vrouwelijke vorm gelezen worden. Dit geldt zowel wanneer over handlers, juries alsook wanneer over honden gesproken wordt.

 

OUTRUN

 

Aan het begin van elke run wordt een groepje schapen (meestal bestaande uit vijf dieren) voor de deelnemer klaargezet. Afhankelijk van de zwaarte van een wedstrijd kan de afstand variëren: bij een kwalificatiewedstrijd wordt ernaar gestreefd de schapen op ongeveer 350 meter of meer van de handler vandaan neer te zetten.  Het doel van de outrun is dat de hond in een wijde boog – linksom of rechtsom – achter de schapen komt zonder deze voortijdig te verstoren. Voor de outrun kunnen maximaal 20 punten behaald worden.  In een goede outrun gaat de hond gedecideerd om de schapen heen, geeft hen voldoende ruimte maar gaat niet zo wijd dat hij het contact met de schapen verliest. Een hond die stopt tijdens de outrun of omdraait en dan pas verder loopt (spinning), verliest 2 tot 3 punten voor elke keer dat dit voorkomt. Extra commando’s (fluit- of stemsignalen maar ook handgebaren of zwaaien met de stok) om de hond aan te moedigen zijn outrun voort te zetten of af te maken, kosten 1 punt per gegeven commando.

Voor de run van elke deelnemer worden de schapen bij de fetchpaal opgezet. De organisatie zal trachten dit zo goed mogelijk te regelen. De opzetters moeten betrachten de schapen onder controle te houden tot de wedstrijdhond contact met de schapen gemaakt heeft. Fouten gemaakt door de opzetters, zal niet leiden tot puntenaftrek voor de wedstrijdhond. Soms komt het voor dat de schapen niet tot rust te brengen zijn of zich niet precies bij de fethcpaal bevinden. Ondanks dit, moet de handler dan toch zijn hond wegsturen: de hond eerder wegsturen – als de handler de startpaal nog niet bereikt heeft – of te lang wachten in de hoop dat de schapen zich naar een betere positie begeven, kost punten: 1 of 2 punten kunnen afgetrokken worden en in sommige gevallen zelfs meer.

Voor de start dient de hond zich naast of iets schuin achter de handler te bevinden. De hond te ver voor, te ver achter of te ver van de paal starten – meer dan de toegestane 9 meter - kost punten: de eerste twee fouten kunnen zelfs tot een “cross” leiden hetgeen betekent veel punten afgetrokken worden (wanneer een hond zich bijvoorbeeld linksachter de handler bevindt maar een rechtse outrun maakt: hij kruist dan het pad dat de schapen straks gaan lopen en dit heet “crossen”. Een Cross verderop het veld wordt doorgaans met 19 aftrekpunten bestraft, een Cross vlakbij de handler is minder erg en levert doorgaans 10 strafpunten op, maar beide dienen uiteraard voorkomen te worden). Wanneer handler en hond het veld opkomen, moet de hond voldoende onder controle gehouden worden. Als hij, in de momenten voor de start, een paar meter voor de handler loopt is dit niet erg maar wanneer hij bijvoorbeeld 20 of 30 meter het veld inrent en teruggeroepen moet worden, kost dit 2 tot 3 punten op de outrun. Het is honden overigens verboden voor hun run het wedstrijdveld te betreden: dit op straffe van diskwalificatie.

Wanneer de hond de startpaal verlaat is de run begonnen, en gaat de klok lopen. Een hond terugroepen voor een “herstart” is verboden en leidt tot diskwalificatie. Wanneer de hond tijdens de outrun het parcours verlaat, leidt dit eveneens tot diskwalificatie. Rent de hond naar de afvoerpen, de aanvoerpen of rent hij naar een opzetter of diens hond en stopt hij daar, dan kan dit tussen de 4 en 10 punten kosten. Is niet precies duidelijk waar de grenzen van het parcours lopen, dan dient u dat tijdens de briefing aan de jury te vragen. Wanneer de hond te wijd loopt of de afscheiding van het wedstrijdveld volgt en daardoor het contact met de schapen verliest, kan dit met 5 tot 10 punten bestraft worden. Te kort inkomen, een te krappe boog lopen, kost eveneens punten, afhankelijk van de mate waarin de schapen opgeschrikt worden nog voor de hond de 12-uur positie bereikt heeft, kan dit oplopen tot 15 of 18 aftrekpunten. Verder moet de hond in een geljikmatig tempo lopen. Te langzaam de outrun doen kost punten. Ook een hond die ferm begint maar bijvoorbeeld de laatste 20 meter zijn tempo duidelijk inhoudt, verliest daarmee 1 tot 3 punten. Een hond die zijn behoefte doet tijdens de run, verliest daarmee niet alleen wat hij kwijt wil maar ook 3 tot 6 punten.

Een ideale outrun is zogenaamd “pear-shaped”, waarbij de schapen in het centrum staan van het brede gedeelte. Een hond die vanaf de handler “square” vertrekt (d.w.z. in een hoek van 90° t.o.v. de fetchlijn loopt) legt onnodige afstanden af, dit is niet praktisch en kost dus punten, meestal niet meer dan 1 of 2. Gaat de hond echter niet “square” maar loopt hij eerst naar achteren – een teken van overtraining of een hond die de afscheiding opzoekt om die te volgen – dan kan hij tot 7 punten verliezen.

Wanneer zoals gezegd, de handler besluit zijn hond tijdens de outrun extra commando’s te geven – bijvoorbeeld om wijder te gaan – kost dit  wanneer het op de eerste 20 tot 30 meter gebeurt, een half punt, daarna een vol punt per gegeven commando. Een “stop” commando en een flank-commando kosten dus samen 2 punten. Stopt de hond uit zichzelf, bijvoorbeeld om te snuffelen, dan kost dit 1 punt (los van de extra punten vanwege extra benodigde commando’s). Draait de hond om zijn as of kijkt hij meerderen malen om naar zijn handler, dan kost dit eveneens elke keer een punt.

Wanneer de hond “crosst”, d.w.z. over de lijn gaat die straks de schapen volgen tijdens de fetch, kan dit 19 punten kosten, zeker wanneer een hond aan de andere  kant uitkomt dan waarop hij gestart is. Herstelt de hond zich van een cross – komt hij in, maar buigt hij in de goede richting uit en maakt hij over de juiste kant een bocht om de schapen – dan kost dit minder dan 19 punten. Commando’s voor bijsturen worden echter automatisch in aftrek gebracht.

Op een goede outrun stopt de hond op het balanspunt: dit is het punt waarop hij kan beginnen met de lift, zodanig dat de schapen zich in een rustig tempo, in een recht lijn naar de fetchpoort begeven. Te vroeg of te laat stoppen kost punten: het aantal hangt af van de mate waarin de hond over- of onder flankt. Een hond hoeft niet op het 12-uur punt te stoppen. Soms bevindt het balanspunt zich op bijvoorbeeld 10 uur of  2 uur. Ook is het niet nodig de hond met een commando te stoppen of  te laten liggen: dit mag wel, kost geen punten, maar een hond die uit zichzelf stopt en zelfstandig op een goede manier begint met de lift, mag hiervoor zeker niet bestraft worden. Feitelijk kan een jury de outrun pas beoordelen als de lift plaatsgevonden heeft; pas dan is namelijk goed te zien op de schapen in een rechte lijn richting handler gekomen zijn.

 

LIFT

 

De lift betreft het eerste moment dat de hond contact maakt met de schapen en ze in beweging zet. Het is ondanks zijn korte duur daarom toch een zeer belangrijk onderdeel van de run. Er wordt wel gezegd dat op de lift een wedstrijd gewonnen of verloren wordt: zijn door een te ruwe lift de schapen onrustig geworden dan is het zeer moeilijk ze nog kalm te krijgen en betekent dit vaak dat op andere onderdelen veel punten verloren worden. Het doel van de lift is dat de hond de schapen op een rustige wijze in beweging brengt in de richting van de fetchpoort. De lift levert maximaal 10 punten op.

 

Een hond die schapen te weifelend opdrijft, ze te plotseling aan het rennen brengt of ze niet in de goede richting drijft, verliest punten. Te weifelend opdrijven kan bestaan uit te lang stilstaan zonder afdoende druk uit te oefenen op de schapen of heen en weer flanken in plaats van recht op de schapen af te lopen. Krijgt de hond ze ondanks weifelend gedrag toch in beweging dan verliest hij slechts 4 tot 5 punten. Ook een hond die extra commando’s nodig heeft alvorens hij de schapen benadert, verliest punten. Het niet opvolgen van opdrijfcommando’s kost 4 punten.  Cirkelt de hond om de schapen, dan maakt hij een cross. Dit kost elke keer 5 punten, los nog van de aftrekpunten vanwege een niet voldoende kordate lift.

Te wild op de schapen ingaan kan tot 10 aftrekpunten leiden, zeker als de hond het groepje schapen uiteen doet spatten. Komt de hond te wild in, maar is hij nog wel goed onder controle van de handler – bijvoorbeeld doordat hij prompt op een down-commando reageert – dan verliest hij niet meer dan 5 punten. Lopen de schapen zonder druk van de hond richting fetchpoort – bijvoorbeeld omdat er “trek” is die kant op, d.w.z. dat de schapen een bepaalde richting op gaan omdat ze denken daar veiligheid te vinden – dan leidt dit niet tot aftrekpunten, tenzij de hond echt het contact met de schapen verliest. Wel kost het punten als de schapen van lijn raken en de hond de schapen niet op lijn brengt.

 

FETCH

 

Een goede Fetch levert 20 punten op. De fetch is zoals gezegd 350 meter of langer. Op 135 meter van de handler staat een poort met een tussenruimte van 6,30 meter.

 

Vanaf de lift brengt de hond de schapen in een rechte lijn naar het midden van de fetchpoort en vervolgens in een rechte lijn naar de handlerspost. Mochten de schapen buiten de schuld van de hond om, bij de start naar links of naar rechts afgedwaald zijn van de fethpost, dan hoeft de hond de schapen niet eerst terug te brengen naar de fethpost of fetchlijn, maar kan hij ze in een rechte lijn naar het midden van de fetchpoort brengen: het juiste balanspunt - dat tijdens de lift beoordeeld wordt - ligt dan uiteraard niet op het 12-uur punt. Mochten de schapen zover afgedwaald zijn dat zelfs het halen van de fetchpoort niet meer realistisch is – bijvoorbeeld omdat dat de schapen eerst terug naar achteren gedreven zouden moeten worden alvorens de fetchpoort genomen kan worden – dan kan de jury beslissen of een rerun te geven of de fetch te beoordelen vanaf het moment dat de hond de schapen lift en ze in een rechte lijn naar de handlerspost brengt zonder ze door de fetchpoort te drijven. Gebeurt dit alles buiten de schuld van hond of handler om, dan kost het hen geen punten.

Dwalen de schapen echter van de fetchlijn af terwijl de lift wel plaatsvond bij de fetchpost, dan moet de hond ze uiteraard via de kortste lijn terugbrengen naar de fetchlijn om daarna de fetch voort te zetten. Nooit mag de hond de schapen tegen de fetchrichting in terugbrengen naar de fetchpost, fetchpoort of fetchlijn. Afhankelijk van de mate waarin de ideale fetchlijn verlaten is, gaan er wel punten vanaf: lopen de schapen de gehele fetch niet op de fetchlijn, en zijn ze daarbij ook nog eens niet goed onder controle, dan kost dit de volle 20 punten. “Op de fetchlijn lopen” betekent dat de schapen in een recht lijn bewegen op een pad ter breedte van het gat tussen de twee fetchpoorten (6,30 meter): kleine bewegingen naar links of naar rechts leiden dus niet tot aftrek van punten. Wel kost het stilstaan van de schapen punten (meestal 1 punt per stop), evenals het teveel druk uitoefenen op de schapen door de hond, waardoor de schapen onnodig gejaagd gaan rennen of op hol slaan (dit kan tot 10 punten aftrek leiden).

Het missen van de fetchpoort kost een punt per schaap: daarbij komen dan nog de aftrekpunten voor het afwijken van de ideale lijn voor en na de poort: met vijf schapen de poort missen kan dus al gauw vijf plus twee voor afwijken van de ideale lijn, is zeven punten kosten, plus de mogelijke extra punten als voor of na de poort te lang van de lijn wordt afgeweken. Zoals bij alle hindernissen geldt dat er slechts 1 poging ondernomen mag worden om een poort te halen. Wordt de poort gemist, dan is het niet toegestaan de schapen terug te drijven en het alsnog te proberen. Probeert de handler dit toch dan verliest hij alleen maar punten (voor stilstaande schapen en voor het bewegen van de schapen in een verkeerde richting), zelfs al is hij de tweede maal wel succesvol bij de poort.

Primair beoordeelt de jury de bewegingen van de schapen, waarbij gelet wordt op rechte lijnen en een rustig, gelijkmatig tempo. Maar ook het gedrag van de hond kan tot aftrekpunten leiden. Wanneer de schapen een “ideale” fetchgang laten zien, maar de hond regelmatig overflankt (d.w.z verder naar links of rechts uitbuigt dan nodig is om de schapen op lijn te houden), door de handler steeds down gelegd wordt of op een te grote afstand van de schapen werkt, kunnen er toch punten afgetrokken worden. De hond moet steeds in contact zijn met de schapen, d.w.z. dat een beweging van de hond effect heeft op de beweging van de schapen. Een hond die op de grond snuffelt of om zich heen kijkt, heeft geen contact met de schapen. Idealiter is de hond dus steeds in beweging, wordt hij niet of slechts incidenteel down gelegd en heeft hij geen excessieve hoeveelheid commando’s nodig om zijn werk te doen. Voor momenten dat de hond contact met de schapen verliest, verliest hij ook punten. Mochten de schapen dus bij toeval de perfecte fetchlijn volgen – bijvoorbeeld omdat dit de lijn is naar de afvoerpen waar ze naar toe willen – maar de hond heeft hier op geen enkele manier toe bijgedragen, dan verliest hij toch de volle 20 punten. Het laten uitwaaieren van schapen kost 1 punt. De jury zal het soort schapen betrekken in zijn beoordeling: makkelijk te handelen schapen van lijn af laten gaan kost meer punten dan moeilijke schapen met knap honden- en handlerswerk op een misschien minder perfect lijn houden.

Tijdens de fetch mag de hond de fetchlijn niet crossen. Met “crossen” wordt zoals vermeld, bedoeld dat de hond over de lijn loopt waar de schapen nog moeten komen: deze fout wordt zwaar aangerekend en kan tot 8 aftrekpunten leiden, zeker als er een volledige cross plaatsvindt. D.w.z. dat de hond tijdens de fetch bijvoorbeeld volledig linksom de schapen gaat, dus een volledige cirkel om de schapen gemaakt heeft, dan worden er 10 punten afgetrokken. In sommige gevallen maakt de situatie het echter noodzakelijk dat de hond even de fetchlijn crosst: bijvoorbeeld wanneer van de groep schapen er twee bij de fetchpoort blijven staan, niet of moeilijk vooruit willen, en de andere drie in gestrekte galop richting handler of afvoer-pen lopen. Dan is het beter de hond achter het groepje van drie te sturen, en deze terug te drijven naar het dwarse koppel. Hiertoe is crossen soms noodzakelijk en dan kost het geen aftrekpunten: mocht er echter een manier zijn om de drie schapen terug te halen zonder te crossen, dan is de handler verplicht op straffe van aftrek van punten, om voor deze manier te kiezen. Wel worden er in beide gevallen punten afgetrokken voor het onregelmatig verlopen van de fetch (dus voor rennen, stoppen en/of van lijn afwijken van de schapen).

De fetch is afgelopen wanneer de schapen om de handlerspost heengelopen zijn en aan de drive begonnen wordt: de draai zelf – die zo strak mogelijk om de handlerspost moet zijn - behoort dus bij de fetch. Soms komt het voor dat de schapen – om wat voor reden dan ook – niet achter de handlerspost langs geweest zijn of aan de verkeerde kant de post passeren: dit moet net als het missen van een poort, beschouwd worden als het missen van een onderdeel van het parcours. Gebeurt dit zonder opzet van de handler (bijvoorbeeld doordat de schapen met een grote snelheid richting afvoerpen links- of rechtsachter de handler rennen, of doordat de hond bezig is met enkele schapen die achterblijven en de rest langs de verkeerde kant de handlerspost passeert), dan kost het 10 punten als het alle schapen betreft of  2 punten per schaap indien slechts enkele dieren niet om de paal gaan. Doet de handler echter geen enkele poging de schapen hier de juiste beweging om de handlerspost te laten maken, dan leidt het tot diskwalificatie, net zoals wanneer een handler zou besluiten een van de drive poorten maar niet te nemen (bijvoorbeeld omdat hij krap in zijn tijd zit en zo denkt de punten voor een single of pen toch nog binnen te kunnen halen).

In principe moet ook de hond om de handlerspaal heen alvorens hij aan de drive begint. Doet hij dit niet – bijvoorbeeld doordat de schapen een sterke trek hebben het veld in en gaat de hond in zijn streven de schapen onder controle te houden voor de handler langs – dan kost dit tot maximaal 2 punten.

 

Qua beoordeling kan de jury besluiten de fetch op te delen in segmenten, bijvoorbeeld door 7 punten toe te kennen voor een goede lijn van lift tot fetchpoort, 6 punten voor het goed nemen van de fetchpoort en 7 punten voor het stuk vanaf de poort tot aan de handlerspost. Een jury kan ook beslissen de fetch in zijn geheel te beoordelen of bij het werken met segmenten, grove fouten in een segment toch zwaarder te bestraffen dan het aantal punten wat feitelijk voor dat segment staat. Deze wijze van beoordelen is slechts een hulpmiddel voor de jury zelf en geen ontsnappingsroute voor handler en hond om ongestraft zware fouten te kunnen begaan op een van de segmenten. Is het terrein zodanig dat delen van de fetch niet zichtbaar zijn voor de jury, dan mag de jury ervan uitgaan dat als de schapen weer op het juiste punt in beeld komen, er in de tussenliggende periode geen fouten gemaakt zijn. Observaties van anderen – bijvoorbeeld toeschouwers – zijn in deze niet relevant.

 DRIVE

 

Door middel van de drive moet de hond aantonen dat hij,  naast het ophalen van schapen tijdens de fetch, ook het wegdrijven van schapen beheerst. Hiertoe is een driehoekig traject met twee drive-poorten uitgezet waarbij de onderdelen wegdrijven van de handler en de schapen op afstand parallel aan de handler drijven, terugkomen. Een goede drive levert 30 punten op. De totale drive heeft in de kwalificatieklasse een lengte van ongeveer 400 meter: is de fetch korter dan eerder genoemd, dan zal getracht worden de drive langer te maken. De twee poorten die erin staan hebben een opening van 6,30 meter breed. Bij een goede drive gaat het vooral om het vasthouden van de juiste lijnen (door het centrum van de poorten en de laatste lijn loopt naar het centrum van de scheidingsring), het niet missen van de poorten en zorgen dat de schapen in een rustig, gelijkmatig tempo voortbewegen.

 

De drive begint als de schapen om de handlerspost heen zijn. Idealiter begint de hond de drive eveneens voor de handler langs; loopt de hond achter de handler langs om de drive te beginnen dan kost dit 1 punt. Bij het afronden van de fetch en het beginnen van de drive hoeft de handler niet stokstijf te blijven staan. Hij mag met zijn bewegingen de schapen in de juiste richting drijven; het is echter verboden voor de handler zich meer dan 4 meter van de handlerspost te begeven: overtreding van deze regel kost 1 tot 3 punten of kan wanneer het extreme vormen aanneemt tot diskwalificatie leiden. Het kost verder punten wanneer de schapen van lijn afdwalen. Het niet meteen corrigeren van de fout, waardoor de schapen nog langer van lijn afblijven kost eveneens punten: het volledig missen van alle lijnen kost in principe alle beschikbare punten. Het missen van de poort kost een punt per schaap, waarbij dan nog eventuele extra aftrekpunten komen voor het afwijken van de ideale lijn. Wanneer de hond – ongeacht of hij de poort op de juist manier genomen heeft – de schapen terug door de poort drijft in plaats van ze erom heen te leiden, kan dit tot  9 punten kosten. Gedurende de hele drive moet de hond goed contact houden met de schapen: te vaak down gaan, te grote afstanden houden of overflanken kost – ongeacht of de schapen erdoor van lijn gaan, rennen of stoppen – aftrekpunten. Ook een teveel aan commando’s kost punten - 4 of 5 – net als een hond die frequent omkijkt naar zijn handler (1 punt per keer).  Net zoals bij de fetch geldt tijdens de drive, dat bij elke poort maar 1 poging – succesvol of niet – gedaan mag worden: alsnog het een tweede maal proberen leidt – succesvol of niet – alleen maar tot aftrekpunten. “Een poging is gedaan” wanneer de schapen de naar links en rechts doorgetrokken denkbeeldige lijn tussen de twee hekken van de poort, gepasseerd zijn. Mochten van de vijf schapen er bijvoorbeeld twee links of rechts van de poort over deze lijn gestapt zijn en kan de hond door snel te flanken de overige drie of ze alle vijf toch door de poort krijgen, dan moeten de twee die de lijn reeds gepasseerd zijn, beschouwd worden als schapen die de poort gemist hebben en veroorzaken zij in dit geval twee punten aftrek (los van de aftrek voor afwijking van lijn).

Wanneer de schapen door de poorten zijn, moeten ze zo snel mogelijk weer op lijn gebracht worden. Te wijde bogen na uit de poort gekomen te zijn, kost punten: meestal 2 tot 3. De drive is pas afgelopen als alle schapen de scheidingsring binnen zijn.

Qua beoordeling kan de jury besluiten de drive op te delen in segmenten: bijvoorbeeld in drie stukken (eerste poot van de drive en poort, tweede stuk en poort en het derde stuk, dus 10 + 10 + 10), of zelfs in 5 stukken (5 x 6 punten): eerste poot, eerste poort, cross-drive, tweede poort, laatste stuk). Dit zijn echter alleen hulpmiddelen of “ezelsbruggetjes” voor de  jury. Hij behoudt zich zoals eerder vermeld, het recht voor ernstige fouten op 1 der onderdelen met meer punten te bestraffen dan die er volgens deze werkwijze voor staan.

SHED/SINGLE 

Tijdens de voorgaande onderdelen had de hond als taak de schapen als groep op te drijven en eventuele uitbraken van individuele schapen te voorkomen. Bij de onderdelen shedden en singlen moet de hond aantonen 1 of enkele schapen van de groep te kunnen afscheiden en onder controle te kunnen houden. Dit doet naast specifieke sheddingvaardigheden, een sterk beroep op balansgevoel, overwicht en kracht. De scheidingsring heeft een diameter van 35 meter. In een shed  worden twee schapen afscheiden. Dit kunnen zijn: willekeurig twee schapen of twee van de drie ongemerkte schapen. In een single wordt 1 schaap afgescheiden: dit kan zijn 1 van de 2 met een rode halsband gemerkte schapen, of een willekeurig ongemerkt schaap. Shed of single leveren maximaal 10 punten op. Afhankelijk van de wedstrijd – en dit wordt vooraf tijdens de briefing door de jury medegedeeld - vindt of een shed of een single, of een shed en een single plaats. In het laatste geval is tussen deze twee onderdelen nog een andere opdracht geplaatst: bijvoorbeeld een pen, een trailer of een Maltese cross.

 

De shedding begint als de drive is afgelopen en de schapen in de scheidingsring zijn. De handler mag zijn plaats aan de paal pas verlaten als het eerste schaap de ring binnenkomt – of, als de jury dit aangegeven heeft -  alle schapen de ring bereikt hebben: eerder de post verlaten kost punten (meestal 2 tot 4). Handler en hond brengen eerst de schapen tot stilstand en als groep onder controle. Een shed of singel waarbij van een binnenkomende, bewegende groep het juiste schaap of schapen worden afgescheiden, hoeft niet over, maar kost wel enige punten (2 tot 3). Waneer het handler en hond niet lukt de schapen tot rust te brengen en dit duidelijk komt door toedoen van hond of handler, kost dit punten. Ook het frequent wisselen van positie - bijvoorbeeld doordat de schapen voortdurend om de handler cirkelen, veroorzaakt door een te kort op de schapen werkende hond – kost punten. Verder verliest men elke keer 4 punten als de handler door de groep schapen loopt of de schapen door de druk van de hond de handler aan weerzijde passeren. Verder kunnen punten afgetrokken worden voor een gebrek aan overwicht of het verliezen van contact met de schapen (bijvoorbeeld doordat de hond zijn rug naar de schapen keert of te wijd gaat flanken).

Bij een goede shed assisteert de handler maar verricht de hond het feitelijk afscheiden van het schaap of de schapen. Wanneer de handler zelf het gehele scheidingswerk doet – het gat maakt en de schapen wegdrijft -  kost dit 4 punten. Verdere vormen van “over-assistentie” door de handler kunnen los hiervan nog meer punten kosten. Tijdens de scheiding dient de hond onmiddellijk de juiste schapen (of schaap) onder controle te nemen: zich eerst tot de overgebleven groep wenden terwijl een enkel schaap afscheiden moet worden, kost punten. Het kort de verkeerde kant opkijken kost 2 punten, langduriger nalaten de juiste groep te hoeden kan tot 8 punten kosten.

Tijdens het scheiden mogen de schapen de sheddingsring niet verlaten. Gebeurt dit toch, dan kost het (bij 5 wedstrijdschapen) een punt per schaap. Een shed of singel kan alleen plaatsvinden als alle schapen in de ring zijn: een hond door een groep schapen roepen waarbij de eerste al uit de ring zijn, is ongeldig en wordt bestraft als een mislukte poging en wordt verder bestraft omdat schapen uit de ring lopen. Beter is het dan de groep eerst onder controle, terug in de ring te brengen.

De eerste gelegenheid tot scheiden die zich voordoet, moet door de hond benut worden. Als de handler dan geen poging doet, kost dit 2 punten, doet hij wel een poging maar weigert de hond of is hij te langzaam om de kans te benutten, dan kost dit 5 punten. Komt de hond wel in, bereikt hij het afscheiden van de gewenste schapen maar moet de handler hem hierbij nadrukkelijk assisteren – bijvoorbeeld door de schapen uit elkaar te houden – dan kost dit 3 tot 4 punten. Werpt de hond tijdens het inkomen zijn staart omhoog dan kost dit 1 tot 2 punten: het is een teken van onzekerheid of gebrek aan controle over de schapen.

Shedding en singlen worden naast het beoordelen van het vermogen van de hond om schapen af te scheiden, ook gebruikt om te zien of de hond voldoende overwicht op de schapen heeft: de afgescheiden schapen zullen immers terug willen naar hun groep en vragen op dat moment veel van de kracht, het balansgevoel en het eigen initiatief van de hond. In een goede shed/single houdt de hond de schapen even (3 tot 5 seconden) onder controle: doorgaans moet de handler zelf beoordelen of dit in voldoende mate gebeurd is. Soms zal de jury vooraf aangeven dat hij met een signaal zal duidelijk maken of de controle afdoende heeft plaatsgevonden of dat hij vraagt de controle te bewijzen door de afgescheiden schapen een stukje op te drijven. In ieder geval heeft een hond die alleen maar tussen de schapen doorrent, deze niet onder controle Dit wordt bestraft als een mislukte shed-poging. De handler mag dan ook niet verder gaan naar de pen: de jury zal hem in dit geval vragen het shedden opnieuw te doen.

Bij het singlen of shedden van ongemerkte schapen verdient het de voorkeur of de laatste schapen af te scheiden, of - als de groep stilstaat – die schapen die met hun gezicht naar de hond gekeerd staan. Gebeurt dit niet, dan wordt dit niet al te ernstig bestraft: hooguit met 1 of 2 punten. Shedt de hond twee andere ongemerkte schapen dan door de handler bedoeld of aangegeven, dan kost dit 5 punten. Een foute shed of single – bijvoorbeeld een ongemerkt schaap singelen waar geshed had moeten worden of gemerkte schapen shedden – wordt bestraft als een mislukte poging.

Is de shed/single niet het laatste onderdeel van de run, dan dienen de schapen na het afscheiden weer verzameld te worden in de ring. Mocht het zo zijn dat de niet-afgescheiden schapen een eind weggerend zijn, dan kost dit op zich geen punten, maar kan de hond wel punten verliezen als hij bij het verzamelen fouten laat zien, bijvoorbeeld door te crossen, van de lijn af te wijken, te jagen of gebrek aan overwicht te vertonen. Sommige jury’s zullen fouten die hier gemaakt worden, aftrekken van het pennen: zeker zal dit gebeuren als de hond al dermate veel punten bij het shedden/singlen verloren heeft dat er bij dit onderdeel geen ruimte meer is deze fouten in mindering te brengen.

Het is de handler  niet toegestaan – op straffe van diskwalificatie – voor het einde van de shed/single de cirkel te verlaten: hij mag zijn hond dus niet helpen als die moeite heeft afgedwaalde schapen terug de ring in te krijgen (bijvoorbeeld als ze tot bij de afvoerpen geraakt zijn). De hond mag wel buiten de sheddingring komen. Vindt na het pennen nog een single plaats, dan mag de handler de schapen uit de pen drijven, maar moet de hond ze in een rechte lijn naar de shedding-cirkel brengen. Het is de handler niet toegestaan hierbij zijn hond te assisteren: dit kost puntenaftrek (2 tot 3).

Lukt het shedden of singlen niet, en wil de handler de tijd die voor zijn run staat volmaken door passief te wachten, dan kan dit tot diskwalificatie leiden. De handler is verplicht – binnen het redelijke – de opgaves die de wedstrijd aan hem stellen, te volbrengen.

 top


 
PENNING

 

Een goede pen levert 10 punten op. Nadat de schapen verenigd zijn in scheidingsring, gaat de handler naar de pen (een pen is 1,80 meter bij 2,70 meter. Het beweegbare hek is voorzien van een touw of koord van 1,80 meter lang). Vanaf het moment dat de handler het koord van de pendeur vast heeft, mag hij die – op straffe van diskwalificatie - niet meer loslaten totdat de pen voltooid is (tenzij uiteraard volledig buiten zijn schuld, bijvoorbeeld doordat een schaap tegen het koord rent of de handler struikelt). Raakt een schaap verstrikt in het touw en gebeurt dit buiten de schuld van handler of hond om, dan mag de handler het touw loslaten, het schaap bevrijden uit het touw en kost dit op zich geen puntenaftrek.

Wanneer de schapen weer uit de pen zijn, maakt hij met het koord de deur weer dicht. Nalaten hiervan kost 5 punten: het geheel niet sluiten van de deur leidt tot diskwalificatie (omdat het een ongeoorloofde manier is tijd te winnen).

De schapen moeten in een rechte lijn van de cirkel naar de pen-opening gebracht worden: afwijken van lijn, jagen of stilstaan kost punten. Ook mag de hond hier niet de lijn crossen: is de hond gebruikt om schapen in de cirkel te houden, dan moet hij vanuit zijn positie via de kortste weg naar het 12-uur of balanspunt rennen. Crosst de hond de lijn, dan kost dit 2 punten.

De hond moet de schapen in de pen drijven. Onnodig veel assistentie door de handler wordt bestraft: meestal met 1 tot 3 punten. Lopen de schapen vanzelf in de pen, maar heeft de hond duidelijk geen contact meer met de schapen, dan kost dit toch nog 2 tot 3 punten. De hond moet het werk doen!

Blijven schapen in de mond van de pen te lang stilstaan of draaien ze zich om dan kost dit 1 punt. Lopen de schapen langs de pen, maar er niet helemaal omheen of raken ze echt ver verwijderd van de pen dan kost dit 2 punten. Als 1 schaap enige meters wegschiet maar door de hond meteen teruggehaald wordt, dan kost dit een half tot 1 punt. Lopen de schapen om de pen dan kost dit een punt per schaap: gebeurt dit een tweede maal en wordt daarna nog succesvol gepend dan houdt de handler nog 1 punt over voor de pen. Zijn de schapen in de pen maar kunnen ze door onachtzaamheid van de handler of hond ontsnappen dan kost dit 5 punten. De handler zal opnieuw moeten pennen en kan daarbij punten verliezen bovenop de punten die hij al kwijt was. De kant waarover de hond ontsnappende schapen terughaalt is niet van belang: ontsnappen de schapen rechtsom de pen, dan mag de hond een rechts boog maken om ze terug te halen of linksom de schapen tegemoetkomen om ze zo naar de pen-mond te brengen. Uiteraard wordt het wegrennen van schapen zelf, wel bestraft.

Het is voor de hond of handler niet toegestaan de schapen aan te raken. Wordt een schaap door het dichtduwen van de pendeur de pen ingeduwd dan kost dit 2 tot 3 punten als het onopzettelijk gebeurt maar leidt het tot diskwalificatie als duidelijk opzet in het spel is. Hetzelfde geldt als de handler de schapen aanraakt met zijn stok of met zijn lichaam. Een hond die gebrek aan overwicht toont bij het pennen of juist te agressief is, kan hiervoor – ongeacht de bewegingen van de schapen – 2 tot 3 punten voor verliezen. Een “functionele grip” op dit punt wordt niet met en diskwalificatie bestraft maar kost wel 1 punt, omdat een hond die het zonder bijten redt, meer kwaliteit toont.

Het sluiten van de pen-poort is het einde van het pennen. Alle schapen moeten dan in de pen aanwezig zijn. Een handler die 4 schapen in de pen heeft en tijdelijk de deur sluit om ze niet te laten ontsnappen terwijl zijn hond bezig is het 5e schaap naar de pen-mond te krijgen, wordt gediskwalificeerd: hij sluit een onderdeel af terwijl dit nog niet toegestaan was. Logischerwijs betekent dit ook dat het niet toegestaan is de deur in het beschreven geval op een kier na dicht te doen: de handler moet stoppen met het sluiten van de deur op het moment dat een of meerdere schapen zich niet in of vlak voor de pen-mond bevinden. Doet hij dit toch dan kost dit 4 tot 5 punten.

Loopt de tijd van de run af terwijl de poort nog niet dicht is (d.w.z. de deurstijl van de pen geraakt heeft) dan kunnen voor het onderdeel pennen, geen punten toegekend worden. De poort onnodig hard dichtsmijten kost punten (1 tot 2 punten); tijdens de hele run is het zaak rust in de schapen te houden, zo ook dus bij dit onderdeel!

 

top

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN

 

BIJTEN

 

In principe betekent het een diskwalificatie wanneer de hond een schaap bijt of er fysiek contact mee heeft (bijvoorbeeld ertegenaan loopt). Er zijn echter enkele uitzonderingen. Wanneer een schaap een hond aanvalt heeft deze laatste het recht zich te verdedigen door zijn tanden te gebruiken. Een “nip” (de hond stoot met opengesperde bek tegen het schaap, geeft soms een licht bijt, maar grijpt het schaap niet vast) is dan toegestaan: harder bijten of echt vastgrijpen leidt zelfs dan tot diskwalificatie. Een jury zal echter niet lichtvaardig een nip of grip toestaan: vaak blijkt wat extra geduld of overwicht tonen, evengoed of zelfs beter te werken.

 

RE-RUNS

 

Een jury zal niet snel een re-run (herkansing van een run) toekennen. In een aantal gevallen kan de handler om een rerun vragen: hij heeft er echter geen recht op en het blijft aan de jury wel of geen re-run toe te kennen. De gevallen wanneer een handler een rerun kan krijgen  zijn:

 

1. Buiten de schuld van de hond om, zijn de schapen bij het opzetten zeer ver van de fetchpost afgedwaald (zodanig dat het halen van de fetchpoort onmogelijk wordt) of zijn de schapen zijn bij de opzetpen teruggekeerd. Komt het door een trage outrun van de hond dan zal de jury geen rerun toekennen.

 

2. Een schaap valt tijdens de lift of fetch – buiten toedoen van de hond – neer. Gebeurt dit tijdens de drive dan kan geen rerun meer worden toegekend.

 

3. Tijdens de lift of fetch blijkt dat een schaap ziek, kreupel of blind is. Dit moet dan duidelijk wel effect hebben op het gedrag van de schapen. Een schaap dat licht mankt maar gewoon meekan, is geen reden tot een rerun.

 

4. Altijd wordt een rerun toegekend als er een fout is gemaakt in het aantal op te zetten schapen of het aantal gemerkte schapen. Ook ernstige storingen van buiten – bijvoorbeeld een hond uit het publiek rent het veld op – leiden tot een rerun.

 

De rerun wordt beoordeeld vanaf het moment dat hij gegeven is: aftrekpunten voor afgewerkte onderdelen blijven staan. De hond bijvoorbeeld beoordelen op zijn tweede outrun, zou unfair zijn. Hij heeft dan immers al een keer kunnen “oefenen”. Verloren punten van voor het moment dat de rerun toegekend is, blijven dus staan. Wel wordt de tijd bij een rerun opnieuw op “nul” gesteld. Krijgt een combinatie een rerun toegewezen, dan wordt deze uitgevoerd nadat de twee volgende combinaties hun run afgewerkt hebben. Jury of course-director kunnen echter van dit principe afwijken en de rerun eerder of later laten plaatsvinden.

 top

 

DISKWALIFICATIE

 

Er zijn een aantal duidelijke situaties aan te wijzen die onherroepelijk tot een diskwalificatie leiden, nl.

- de hond voorafgaande aan zijn run contact gehad heeft met de schapen of op het wedstrijdveld geweest is

- in het geval van bijten of fysiek contact tussen hond en schaap,

- wanneer tijdens de run de hond buiten het wedstrijdveld komt (bijvoorbeeld tijdens de outrun),

- wanneer de handler zijn hond tijdens de outrun terugroept voor een nieuwe outrun,

- als een handler bewust geen poging doet een hindernis te nemen, hij dus moedwillig een onderdeel overslaat,

- de hond de schapen gedurende langere tijd niet meer onder controle heeft of door ongecontroleerd jaaggedrag de schapen onnodige stress toebrengt,

- de handler hulp krijgt vanaf de kant (bijvoorbeeld iemand die hem aangeeft of de schapen nog op de goede drive-lijn lopen),

- de handler ongeoorloofd de handlerspost verlaat,

- de handler ongeoorloofd de scheidingsring verlaat,

- de handler ongeoorloofd het pen-touw loslaat,

- de handler de pendeur niet sluit en met het volgende onderdeel begint

- of de handler de schapen aanraakt (bijvoorbeeld met zijn lichaam, stok of met de pen-poort, of hij dingen als zand, water of gras naar de schapen gooit of schopt).

 

Ook andere vormen van duidelijk unfair of ontoelaatbaar gedrag (zoals schelden of vloeken) kunnen tot een diskwalificatie leiden.

Een combiantie die gediskwlaificeerd wordt, verliest al zijn vooraf gescoorde punten. Dit geldt ook voor een handler die vrijwillig stopt gedurende de run (Retires).

 

 

ETIKETTEN

 

Schapen drijven met border collies is een  sport, een hobby die vaak met veel passie wordt beoefend. Degenen die de wedstrijden organiseren, optreden als jury, helpen bij de organisatie of functioneren als bestuurslid, doen dit vanuit dezelfde betrokkenheid. Zij doen het vrijwilligerswerk zonder welke wij nooit onze geliefde hobby zouden kunnen uitoefenen. Alleen om die reden al verdienen ze het speciale respect van handlers. Als afsluiting van deze brochure daarom nog een aantal zaken die eigenlijk vanzelfsprekend zijn, maar die desalniettemin in de praktijk toch nog wel eens vergeten worden:

 

- Leg u neer bij elk besluit van de jury of organisatie. Tips en adviezen naar de organisatie zijn natuurlijk altijd welkom, maar accepteer zonder morren zaken als de lay-out van het parcours, de toebedeelde tijd, de startvolgordes, eventueel in te stellen standaarden (een standaard instellen betekent dat combinaties, op het moment dat ze niet meer bij de eerste 10 kunnen eindigen, moeten stoppen met hun run), beslissingen tot diskwalificatie of reruns en de uiteindelijke uitslagen.

 

- Zorg dat u op tijd aanwezig bent en de wedstrijdleiding of course-director niet naar u hoeft te gaan zoeken. Formeel betekent meer dan 5 minuten te laat zijn dat uw beurt gepasseerd is.

 

- Gedraag u fair jegens uw hond. Straffen na afloop van de wedstrijd (d.w.z. uw frustratie afreageren op uw hond) getuigt van weinig innerlijke beschaving en is ook vanuit het gezichtspunt van het trainen of corrigeren van de hond, volstrekt af te wijzen. U kunt hiervoor alsnog worden gediskwalificeerd, en deze diskwalificatie betreft de gehele wedstrijd inclusief andere honden waarmee u gelopen heeft of nog moet lopen.  Luistert uw hond niet: hou de eer aan uzelf en trek u terug al of niet door de hond op het veld nog op een juiste manier een correctie te geven.

 

- Verzorg uw hond goed. Neem niet deel met zieke, gewonde of anderszins ongeschikte honden. De jury heeft overigens het recht u uw run te ontzeggen. Loopsheid van teven dient vooraf aan de wedstrijdleiding te worden medegedeeld, zodat deze honden aan het eind van de dag kunnen lopen.

 

- Gedraag u correct naar de schapen. Wangedrag door de handler of bijten door de hond bij bijvoorbeeld het afvoeren van schapen kan alsnog tot een diskwalificatie leiden.

 

- Hou uw hond onder controle en aangelijnd, ook wanneer hij niet aan de beurt is. Zorg dat u hond niet op het wedstrijdveld kan rennen. Zorg dat uw hond niemand tot last is.

 

- Tijdens de wedstrijd is er geen contact tussen deelnemers en jury. Allen de course-director heeft toegang tot de jury: tot hem wenden deelnemers zich als er werkelijk dringende zaken te bespreken zijn.

 

- Handlers mogen voor de wedstrijd bij de briefing, zonder hond, het terrein verkennen. Tussen de runs door is dit niet meer mogelijk. Een hond die nog een run moet lopen, mag op straffe van diskwalificatie, geen contact hebben met de schapen. Dit betekent ook dat hij niet kan assisteren bij het opzetten of afvoeren van schapen.

 

- Assisteer de organisatie waar nodig. Biedt uw hulp aan: bijvoorbeeld voor het opzetten en afvoeren van schapen. Bij de meeste wedstrijden is het de gewoonte dat de handler zijn schapen of die van zijn voorganger afvoert naar de afvoerpen.

 

- Blijf, wanneer mogelijk, tot het eind van de wedstrijd aanwezig. Aanwezigheid van publiek geeft meer cachet aan de prijsuitreiking en doet recht aan de prestaties van de prijswinnaars.

 top

 BIBLIOGRAFIE

 

Andreoli, Paul “Jureren 1993” Border Collie Nieuws, 1993 (gebaseerd op artikelen van J.M. Wilson in “The Scottish Farmer”)

 

Border Collie Club Nederland. “Statuten, Reglementen, Richtlijnen”. Vastgesteld in de ALV

van 26 november 1994

 

Gordon, Collin & Bennett, Austin. “One Man’s Opinion: An approach and Guide to Judging Sheepdog Trials”. Llanrhidian, 1998.

 

ISDS “Rules for Trials” en “Notes for the Guidance of Judges”.

 

ISDS “Notes for the Benefit of Judges and the Education of Competitors” ISDS-website, 2002.

 

Japp, T.W. “My thoughts on judging Sheep Dog Trials”.

 

Oever, Hans van den “Trialling” Border Collie Nieuws, juni 1991.

 

Templeton, John & Mundell, Mat. “Working sheep dogs: management and training” The Crowood Press, Ramsbury, 1988.

 

USBCHA Judging Guidelines.

Henk heel erg bedankt dat ik dit mooie artikel van jouw mocht plaatsen.


De Trynes familie [ mijn familie van moeders kant]

&

De Grote Schapen Compagnie

 

 

De familie Trynes & de geschiedenis van de Venraysche Grote Schaapscompanieën.

  Trynes alias Trines.

Van mijn moeders kant, die zich Trynes schrijft zijn dit mijn voorouders.

Het is dus niet zo vreemd dat ik mij tot het fokken heb toegelegd.

Schapen en honden.....zijn mijn passie, en die van mijn man, Math Gutjens.

Ik wens u veel lees plezier.

 

Bij de gemeente Venray staat op 1 Februari 1844 , Hendrik Trines , Leunen , 47 schapen.

De boeren vooral rond de grote Peel gelegen hielden schapen.

In Venray woonden kooplui met heldere koppen, die als afzet gebieden vreemde landen uitkozen en daarbij zelf zaken leidden en er op uit trokken ten voorbeeld van de jongeren.

Zij verstonden toen al de coöperatie en al zette de “Schopskompagnie”ook geen BV of NV voor hun naam. Een compagnie. Het woord moet, worden verstaan in de zin van een gezelschap of Vereniging van Familie leden, vrienden, en bekenden.

 

some of the old sheepstables.jpg (175921 bytes)

Een goede compagnie betekent heden ten dagen in goed Limburgs dialect, een goed gezelschap. De Grote compagnie heeft nimmer een notariële acte gekend.

Ook niet toen men omzetten bereikten van meerdere miljoenen guldens….en dat was toen heel veel geld. Betalingsverkeer via de banken was er in die tijd nog niet bekend. De Grote Schapen compagnie  heeft, zover ik weet in de vorige eeuw ook nimmer een centrale boekhouding gehad. Men handelde en werkte samen op basis van vertrouwen, terwijl een maal per jaar de door de leden gemaakte kosten en baten verrekent werden.

 

De Ramskop [ geprepareerd uiteraard] , was het symbool van het lidmaatschap der Grote Compagnie. Deze hing in het huis van ieder lid en ook in de herberg alwaar ieder jaar de teer en uitbetaaldagen werden gehouden in December.

 

De schapenteelt in de omgeving van Venray was gebaseerd in deze tijd op vlees kwaliteit.

Wol was een onbelangrijk bij produkt. De boeren huurden de kracht in van de schopsherder.

Vaak jonge lui.Tot na 1850 , toen Noord-Limburg de eerste spoorwegverbinding tot stand kwamen, was Venray alleen te bereiken via de weg.

 

De schapen compagnie heeft vanaf 1845 geopereerd op de markten van Leiden, Druten, Koblenz, Bunningen, Neuss en Purmerend, in de havens van Vlissingen en Dordrecht, dat zij verstigingen hebben gesticht in Antwerpen, Londen en Parijs en op handel zijn gegaan in de omstreken van Neuwied, Kassel en Neurode.

 

 Jacob Trynes was een van de oprichters van de schapen compagnie. Zijn zuster Hendrina Trynes trouwde met ..Wismans en kreeg dochter genaamd Anna Geertrui Wismans.

 

De oprichters van de compagnie waren:

 

-         Gerard Poels [ 1799-1857] drie zonen die zich later bij de companie voegen : Martin Poels “de Zwarte Poels” die zich later in Warcoing , Zuid België zal vestigen.Peter Hendrik en Jan Willem Poels.

-         Hendricus Poels “de Rojje of de Kwojje Poels” deze bijnamen sloegen op zijn uiterlijk en karakter.[ 1806-1877]Hij is vele jaren wethouder van Venray geweest.Hij trouwt in 1836 met Joanna Camps.Samen krijgen ze 9 kinderen: alle vier hun zonen worden lid van de schapen compagnie.O.a. Martin Poels “de witte”en Hendricus Poels “Soekerei”

-         Gerard en Arnold Trynes. Hun ouderlijk huis staat in Leunen [ klein dorp bij Venray] vlak bij de kerk nr. 332. Hun ouders zijn Hendrik Trynes [ 1768] en Hendrika van Aarsen [ 1777]  uit Bergen.Van hun zes zoons worden er in het Venrayse bevolkingsregister  drie ingeschreven als Akkerman en drie als koopman.

 

-         Deze laatste drie , Gerard [ 1809], Arnold [1814], Jacob [ 1818] sluiten zich aan bij de Grote schapen compagnie. Hendrik Trynes een ongetrouwde broer is werkzaam als schaapsherder voor de compagnie hij vraagt in 15-04-1848 een buitenlands paspoort aan voor Londen en Parijs.Hij reist van uit Harlingen met de Stoomboot Maatschappij onder de reder A.G.Robinson naar Londen.In 1867 werden 84.019 kilo schapenvlees verscheept en in 1875 zelfs 574.602 kilo via Harlingen.

Levend vee werd  na 1846 echter meestal via Rotterdam vervoert.Vanuit het gebied van de Betuwe, waar de Compagnie vanaf 1845 op grote schaal schapen heeft gekocht, zouden rivieren als de Waal en de Lek in aanmerking kunnen zijn gekomen voor vervoer naar Rotterdam, terwijl voor Harlingen gebruik kan zijn gemaakt van de Ijssel tot Kampen en vandaar over de Zuiderzee.

 

 

In omstreeks 1840 moet de compagnie uit ongeveer 12 leden hebben bestaan waarvan vier uit de fam. Poels en drie uit de fam. Trynes.

 

 De handels weg naar Antwerpen [ ooit de wolhaven] liep via Deurne, Asten, Leende, Valkenswaard, en Bladel naar de grenspost Reuzel en vandaar uit naar Turnhout naar de Schelde bij Antwerpen. De schaapskudden waren in het Belgische zeer welkome vanwege de bemesting van de gronden.

 

Vandaar uit gingen de schapen ook Zuid waarts naar Metz, Valenciennes of via Warcoign, Lille, naar Parijs.

Vaste Halte plaatsen waren : Warcoign , Lile, Valenciennes en Parijs [ Pantin].

 

 

Londen moet in 1845 omstreeks 2 miljoen inwoners hebben gehad.

Het officieel cijfer was voor het jaar 1841,  1.940.000 tegenover 880.000 in 1801.

Met uitzondering van Peking is Londen de grootste stad ter wereld.

In 1841 staan in Londen 260.000 woningen, hetgeen betekent dat elk huis door gemiddeld 7,5 personen wordt bewoont.

In Parijs is de situatie nog veel erger, daar moeten 1.053.879 mensen het doen met slechts 20.500 woningen doen , zodat 34 mensen in een huis wonen.

Waarom deze cijfers….nu deze mensen moeten ook eten.

En de handel liep dus erg goed.

De grootste veemarkt in Londen was , waar praktisch alle Londense slagers hun vlees betrokken de Smithfield markt, vlakbij New Gate, in het centrum van de stad. Deze markt was een hele grote oppervlakte , omzoomd door huizen. Het marktterrein wordt groten deels in beslag genomen door hokken waarin het aangevoerde vee wordt gestalt en verhandelt.In 1849 worden op Smithfield Market 236.975 stuks rundvee en 1.417.010 schapen aangevoerd. De marktdagen waren op Maandag, Woensdag en Vrijdag.

 

De Grote Compagnie heeft zeker vanaf 1847 van de haven van Deptford gebruik gemaakt.

 

Er werden naast invoer naar Londen ook rammen ingevoerd van Londen naar Warcoign  b.v.

 

Als gevolg van de intensieve handel naar Parijs en Londen besloten een aantal leden te gaan verhuizen naar plaatsen op de route die de schapen namen richting hun afzet en aankoop gebieden.Het bevolkingsregister 1860-1880 van Venray vermeld o.a. dat er 47 personen vermeld als schapenkoopman zijn vertrokken.

 

 Bij ingekomen staat o.a.: oktober 1849; Arnold Trynes [1814] , lid van de schapen compagnie , vanuit Belgie.

April 1855: Gerard Trynes [ 1809] lid van de schapen compagnie , vanuit België – Warcoign.

29 Mei 1867: Franciscus Poels [ 1845], vanuit België Warcoing.

Vertrek: 14-02-1864: Martinus Poels [ 1836] naar Warcoing

28-01-1967: Johannes Jacobs Steeghs, naar Parijs

8-9-1969: Peter Camps, naar België

3-5-1870: Peter Johannes Poels naar Warcoign

29-01-1873: Johannes Wilhelmus Poel naar Antwerpen

12-04-1868: Hermanus Poels [ 1842] naar Warcoing

1-3-1877: Peter Camps [ 1846] naar België.

 

Arnold Trynes en Silvie Lecomte

 

 Arnold Trynes “Trieneze – Nöl” [ 1814] is samen met zijn broer Gerard vaker in en uitgeschreven, omdat ze bezig waren er een vaste standplaats in te richten in Warcoing – Zuid België. Arnold Trynes is definitief in September 1853 vertrokken uit Venray.Hij trouwt met de 31 jarige Silvie Lecomte, dochter van de in 1838 overleden Henri Ange Lecomte, koopman, die ook enige tijd burgemeester was in Warcoing. Moeder van Silvie is Sophie Catelle.

Arnold is dan 38 jaar  als het huwelijk wordt voltrokken in 25-04-1852 in het gemeentehuis van Warcoign.

 Martin Poels [ 1836] de tweede zoon van Gerard Poels  “zwarte Poels’ trouwt op 5-2-1864 met de zuster van Silvie , Victoria Joseph Lecomte 22 lentes jong.

De moeder van deze twee meiden is in 1845 overleden.Zij krijgen vier kinderen , 2 jongens en 2 meiden. Een daarvan Victoria [1871]zal later trouwen met Gerard van Meijel uit Venray.

 

Martin en Arnold versterken samen de belangen van de compagnie in de hele regio België en Noord-Frankrijk.

Het duo Poels – Trynes zorgt voor een vitale Pied-á – terre voor de handel van de Grote Schapen Compagnie.

 

 

 

Warcoing is in die tijd een bescheidden dorp in de Belgische provincie Henegouwen, arrondissement Tournay. In 1856 telt het dorp 11.000 inwoners.

Het ligt in de bocht in de Schelde . Warcoing ligt exact op de helft van Venray- Parijs.

Het was vroeger gebruikelijk dat de koper en verkoper elkaar halverwege ontmoette, voor hun handelswaar of vee.

Zo zijn gehuchten en cafés met de naam halfweg ontstaan.Over het algemeen werden magere schapen opgekocht en op hun tocht naar hun eind bestemming vraten ze zich dik op de vette weides.

In de halte plaatsen konden ze verder ook aansterken eer ze op de markten aan kwamen.

Vaak werden zo ook de kleinere kuddes samen gevoegd en tot een grote gevormd om op naar de markten te gaan.

Veel later werd van uit Warcoing de handelspost ook gebruikt voor de invoer van schapen , vee, vlees vanuit Argentinië.

Arnold was een van de grote pioniers van de Grote Schapen compagnie.

 

 

De groote Peel zo wie 't waas.....

 

 

 In 1864 bestaat de Grote Compagnie uit de volgende 13 leden:

 

Hendrik Poels, Brukske, Venray

Martinus PoelsHzoon, Brukske, Venray

Pieter Vorstermans, Sevenum

Arnold Trines[ of Trynes], Warcoing Belgie

Jacob Trines [ of Trynes], Venray

Gerard Trines [ of Trynes], Venray

Cornelis Raedt, Venray, geboren Sevenum

Hendrik Poels, Venray dorp

Jan Poels, Venray Heide

Hendrik Poels Gzoon, Venray Weverslo

Martinus Poels Gzoon, Warcoign

Wilhelm Poels Gzoon, Venray Weverslo

Jan Wilms, Venray, Overbroek

 

Niet iedereen had even veel aandeel in de compagnie. Het werd verdeelt in parten.

Trynes hadden samen met de Poels de grootste aandelen.

   

In de periode van 1865-1869 werden circa 2-3 honderd duizend schapen verhandeld en er werd per volledig aandeel bijna tienduizend gulden winst geboekt, waardoor het werk kapitaal per lid kon worden verhoogd tot 6000 gulden.

Deze berekeningen komen onder andere uit de exacte aantekeningen uit de aanteken boekjes van Cornelis Raedts.

 In 1863 woont Gerards Trynes weer in Leunen op de ouderlijke boerderij, samen  met zijn eveneens ongetrouwde broers Andries en Bernhard Trynes [ of ook wel Trines].De broer Arnold is zoals ik al schreef vertrokken naar Warcoing en daar in 1852 getrouwd.

Na 1862 gaat Gerard inwonen bij zijn broer Jacob, Grotestraat 64 in Venray.

Jacob is koopman in granen en eveneens lid van de schapen compagnie.Jacob is getrouwd [ tweede huwelijk] met Hendrina Camps die in het pand een winkel drijft.

Een van de drie kinderen uit het eerste huwelijk  , de zoon Hendrik  [ Henri] in 1853 geboren , neemt na de dood van zijn vader in 1874 diens plaats in de schapencompagnie over.

In augustus 1978 wordt de weduwe Hendrina Trynes – Camps ontboden op de gemeente Venray.

Zij moet de kosten van een Russisch paspoort komen vergoeden.

 

Welk per express zal worden opgestuurd naar Henri Trynes.

Henri is echter ondanks dat er gelijk werk werd gemaakt bij de aanmaak van dit visum, toch zonder visum door gereisd naar Oswiecim [ Auschwitz]  –Galicië. Deze jonge Trynes nog geen 20 jaar treed dus toe tot de compagnie. Hij wordt ingezet als handelaar voor de Duitse markt.

Verschillende leden opereerden op de Duitse markt. Zoals bv. uit de documenten bekent zijn van de grenswissel kantoren [ Venlo] alwaar doorvoer documenten betuigen,  Martinus Poels [ 600 schapen] , Hendrik Poels [ 1000 schapen] , Cornelis Raedts [ 2000 schapen] .Enz. enz.

In 1878 wordt Henri vergezeld door Gottschalk alwaar 12.000 Russische schapen worden gekocht. Henri en Gottschalk besluiten dan vanuit Oswiecim een reis te ondernemen naar Odessa. Zij hebben daar geen schapen aangekocht.

Vanwege het gebrek aan wagoncapaciteit bij de spoorwegen. Dit in verband met de militaire verplaatsing . Henri en Gottschalk zijn per stoomschip verder getrokken naar Nicolaieff en verder per trein naar Nowa Poltafka. Ze hebben waarschijnlijk het achterland van Odessa door gereisd om een indruk te krijgen van het schapen bestand in deze regio.Na enige tijd zijn beiden weer terug gekeerd naar Venray om verslag uit te brengen aan de compagnie.

In Juli 1879 zijn twee andere leden [ o.a. paspoort aangevraagd op 5 Juli 1979 voor Hendrikus Franciscus Wismans koopman in schapen    en       paspoort aangemaakt 8 of 9 Augustus Peter Camps] ieder afzonderlijk vertrokken naar Odessa , daaruit mag worden afgeleid dat de indrukken van de eerste reis positief waren. Henri Trynes had veel opgeschreven in een klein boekje. Dit boekje zat ook bij de bagage van Wismans die nu weer terug ging.In grote lijnen volgt Wismans ook dezelfde route als Gottschalk en Trynes een jaar eerder zijn gegaan.

 

Odessa is een havenstad aan de Zwarte zee. De stad groeide flink uit omdat dit de doorvoer haven was van Russische goederen , met name landbouwproducten.

Verreweg het belangrijkste exportproduct is graan dat uit het gebied van de Oekraïne wordt aangevoerd met ossenkarren. In de Zomermaanden trekken dagelijks honderden van zulke transporten naar de stad. Andere uitvoer producten zijn huiden, vlas, hout, schapenmest en wol. De Oekraïne staat al vele eeuwen bekend als graanschuur van Rusland en als een van de meest vruchtbare gebieden van Oost-Europa.

 

Zover na te gaan is na Gotschalk-Trynes-Wismans-Camps niemand meer van de Grote Compagnie nog een reis naar Rusland ondernomen heeft.

De hoge kosten en de lange aanvoerafstanden hebben het aankopen van Oekraïense schapen voor de Londense markt niet aantrekkelijk gemaakt. Henri Trynes heeft kort na de eeuwwisseling als actief Handelsreiziger uit de compagnie teruggetrokken, al is zijn aandeel [ part] mogelijk nog enige tijd in het handels kapitaal blijven zitten.

Hij gaat zaken doen in Turfstrooisel en opent een handelsagentschap Gemeente Veenbedrijf GVB in Deurne. Ook sticht hij een steenfabriek in Overloon.

Als lid van de Provinciale Staten van Limburg krijgt hij gedaan dat Venray de vestigingsplaats wordt van twee Psychiatrische instellingen, “St. Servatius”in 1907 en “St. Anna”in 1908.

 

  

Een van de zonen van het echtpaar Wismans- Thielen trouwt met Hendrina Trynes, een zuster dus van Arnold, Jacob, Gerard Trynes van de schapencompagnie. Zij krijgen 6 kinderen. Twee zonen [ Martin Jr.en Hendrik] van hun sluiten zich aan bij de compagnie . Hendrik als eerste in 1868 . Hendrik trouwt met Petronella Poels [ 1842-1907] , zij is een dochter van Hendricus Poels “de kwaaie Poels”.

Martin Jr. trouwt met Gertrudis van Meijel. Door zijn slechte gezondheid kan Martin niet veel werk verrichten voor de compagnie.

 

De families vlochten in elkaar door met elkaar te trouwen.

Dit verstevigde natuurlijk nog meer de band met elkaar.

 

Omstreeks 1870 is de Grote schapen compagnie uitgegroeid tot een Multinationale onderneming, met Venray als middelpunt. De voornaamste afzetmarkten zijn in dit stadium Londen, Parijs en Lille.Rotterdam en Antwerpen zijn de voornaamst gebruikte overslag plaatsen voor de naar Londen verstuurde schapen, terwijl die voor Parijs in het algemeen over Warcoing gaan.

In 1970 wordt het functioneren van dit systeem weliswaar verstoort door het uitbreken van de Frans- Duitse oorlog, maar de compagnie weet de schade beperkt te houden tot 12.000 francs, door de afzet op Londen onmiddellijk op te voeren.

 

Jacob Trynes sterft op 9 july 1874.

 

 In 1872 [ 19 jarige leeftijd]  treed een nieuw lid toe tot de compagnie het is Peter Jan Poels [ 1853 ].Zijn vader is Hendricus Poels [ de “kwaaie Poels”] van het “   ’t Brukske  ”. Hij moest van zijn vader vaak schapen weg brengen naar Warcoing. En op een van die tochten leerde hij Pauline Trynes kennen. De liefde was wederzijds en ze trouwden op 2 februari 1877, overigens tien maanden na het overlijden van vader Hendricus Poels.

Na hun huwelijk vertrekken Peter Jan Poels en Pauline Poels- Trynes naar Londen, voor de compagnie.Ze kochten een huis in Hampstead, een welvarend voorstadje van Londen.

Na 10 jaar voor de compagnie te hebben gewerkt schrijft Peter Jan [ Hannes] een brief aan de compagnie. Hij dankt de compagnie leden voor hun hulp en dat zij hebben bewerkstelligt waar hij nu economisch is terecht gekomen.

Als dank laat hij zijn aandelen overgaan in het kapitaal van de compagnie.

Peter Jan heeft al die jaren in Engeland zeer goede zaken gedaan. Hij was de man die verantwoordelijk was voor de invoer en de verkoop van tienduizenden schapen die de compagnie jaarlijks naar Engeland verscheepten.

Hij liet ze gaan naar de Markt van Smithfield, waar hij de bijnaam kreeg “Big John” [ grote Jan].Nu in 1886 zegt Big John de compagnie vaarwel.De Londense handel blijft via hem lopen. Maar hij gaat ernaast een eigen zelfstandige onderneming oprichten.

Hij reist o.a. naar Noord Amerika, omstreeks 1885.

Hij verblijft enige tijd in Chicago, bezoekt ondanks het gevaar van de Indianen-, de weide gebieden van de Great Plains, keert vervolgens terug naar Engeland, met de mededelingen aan zijn companen [ Brewster] Dat de bevolking daar zo explosief zal groeien dat het onverstandig is vee in te voeren uit deze gebieden. Men lacht hem uit, maar hij krijgt wel gelijk.

Hij ziet wel brood in vee transporten uit het relatief minder dicht  bevolkte gebied van Zuid Amerika.

In 1893 adviseert hij dan de compagnie [ hij bleef hen trouw dienen] om Louise Raedts, Gerard van Meijel en Martin Poels Jr. naar Argentinie te laten gaan.

De schapen die in Argentinië worden opgekocht worden verscheept naar Markten in Smithfield en Liverpool. Een ander deel komt via Duinkerken door de handelspost Warcoing, aan Franse afnemers verkocht.In 1898 stuurt Big John zijn oudste zoon naar Argentinië om daar samen met de leden van de compagnie, handels posten te gronden.

 

 

 De compagnie beleeft haar hoogtijdagen , maar omstreeks 1888 verschijnen de eerste donkere wolken aan de economische hemel. De Europese landbouwcrisis heeft zijn intrede gedaan, in feite het voorspel op de eerste wereldoorlog. Vee uit Zuid-Amerika begint de Europese markt te overspoelen en de continentale handel te verstoren.

De Grote Compagnie reageert. Zij stuurt twee leden [ Henri Trynes en Martin Wismans] in 1889 op verkenning naar Denemarken.In 1894 kopen Martin en Jean [ Jan] Poels, de pas 24 jarige zoon van Martin [ “de witte”] Poels, de eerste Deense schapen. Esbjerg wordt vanaf dat jaar voor de compagnie een belangrijke uitvoerhaven, naast Rotterdam, Geestemünde en Antwerpen. In Antwerpen worden inmiddels niet alleen levende schapen vervoert maar ook geslacht. Het begin van de vlees export naar UK.

 

 

Op de handelspost van de Grote compagnie in Warcoing gebeurt in het laatste kwartaal van de 1900 de eeuw ook het een en ander. Omstreeks 1877 hebben Arnold Trynes en Martin Poels daar versterking gekregen in de persoon van Gerard van Meijel uit Venray.

Hij is geboren in 1861. In 1877 verlaat hij Venray met bestemming Warcoing. Daar zal hij de eerste jaren wel als herdersjongen hebben gewerkt alvorens , na de plotselinge dood van Martin Poels in 1880, lid te worden van de Grote compagnie.

[ Peter] Gerard van Meijel stamt uit een boeren gezin aan de Heide.Dit geslacht Van Meijel, komt oorspronkelijk uit Sevenum. Verschillende verre familieleden van Gerard van Meijel hebben zich tussen 1865 en 1890 als schapenhandelaren in Noord-Frankrijk gevestigd. Waarschijnlijk is Gerard kort na de dood van zijn moeder uit Venray vertrokken om zich in Warcoing een bestaan op te bouwen . Nadat Arnold stierf in 1900, vertegenwoordigde hij de belangen van de compagnie in het gebied tussen Parijs, Duinkerken en Lille, samen met Martin Poels Jr. [ 1868], de zoon van wijlen “de zwarte”Poels. Met een van de dochters van Martin Poels Sr. , Victoria Theodora Marie, trouwt Gerard van Meijel op 6 Mei 1899.

Victoria is dan 22 jaar.

 

 Ook in 1982 en 1893 waagt de compagnie voor die tijd een belangrijke beslissing.

Ze wagen de sprong over de oceaan. Het koelschip wordt uitgevonden in jan. 1877 vertrekt het eerste schip van Rouen naar Buenos Aires. Honderd dagen later keert het schip in Frankrijk terug met ingevroren vlees.

De Europees veehouderij komt in de problemen. Tijdens de eerste wereld oorlog beleeft de Argentijnse vleesexport z’n grote bloei, dat de veefokkers hopen dat de oorlog aan blijft houden.

In Nov. 1891 stuurt de compagnie Gerard van Meijel uit Warcoing [30 jaar] en Jan Poels uit Venray [21 jaar] naar Buenos Aires , met als opdracht zoveel en zo goedkoop mogelijk schapen op te kopen. De verkoop in deze gebieden lopen voorspoedig voor de compagnie.

In 1908 koopt Gerard Hotel De zwaan op aan de Grote Markt in Venray.

In 1916 verkoopt hij de inboedel aan zijn zwager Martin Poels en diens dochters Maria Bernardina en Maria Petronelle.

Het hotel blijft tot 1954 eigendom van de beide families.

 

 Een belangrijke verklaring voor het uiteen vallen van vrijblijvende handelsorganisatie moet gezocht worden in de instabiliteit van de wisselkoersen , als gevolg waarvan afrekeningen op basis van een jaarlijks onmogelijk werden.

In 1915 daalden de wisselkoersen lager dan de goudpunt.

In 1926 is de compagnie in Venray nog eenmaal samen voor een reünie.

Om hun honderd jarig bestaan te vieren.

 

Nogmaals in het kort:

Wie tegenwoordig aan iemand zou vragen: 'Bij welk deel van Limburg horen van oudsher schapen het meest', zal waarschijnlijk Zuid-Limburg met het Mergellandschaap als antwoord krijgen.

Echter door de eeuwen heen is wellicht Noord-Limburg met zijn zijn Schaapscompanieën een beter antwoord.

Het Mergellandschaap is een ras dat pas deze eeuw ontstaan is en toen had Noord Limburg al een succes schapen story achter de rug.

Tegenwoordig maken beide helften van Limburg even goede sier met moderne Schaapscompanieën.

In 1982 publiceerden Jan Derix en Sjef Verlinden in samenwerking met het Dagblad voor Noord-Limburg het tweedelig boekwerk 'Die al wil koopen, wat hij ziet...De geschiedenis van de Venraysche Schaapscompagnieën' (ISBN 90-70285 29 0). Dit heldere overzichtswerk leek de definitieve afsluiting van een woelige periode, tijdens welke het noeste, eenzame bestaan van de schaapsherder gekoppeld werd met commercieel succes van schaapshandelaren. De conclusie van het boek was als volgt: Limburgse Schaapscompanieën waren er niet meer en zouden er ook niet meer komen na 1912. Op zich was het al een klein wonder dat een kleine groep van hooguit twintig leden schapenfokkers in een afgelegen, weinig vruchtbare streek van Limburg, de Peel, konden komen tot zo'n uitgebreide internationale schapenhandel. Immers, schaapherder was alom het minst betaalde beroep in de landbouw, eigenlijk een kinderberoep, een bijverdienste voor de boer. De meeste herders waren niet ouder dan 20 jaar, een herder van 11 jaar verkreeg jaarlijks 4 gulden. Rond 1809 trokken voor het eerst een paar eenvoudige boeren uit Venray met hun slachtrijpe schapen vanuit de Peel naar Parijs om ze daar te verkopen. Men was meestal zo'n maand weg; met een zak vol geld werd de terugreis aanvaard. Uit dit avontuur van enkelen ontstond aan het einde van de vorige eeuw (tot in deze eeuw) een handelsorganisatie die spoedig een groot stuk van Europa omspande (ook Londen, Antwerpen, Hamburg, Esbjerg), doordrong tot Rusland (Odessa) en kooplieden uitzond naar de pampa's van Argentinië. Vanuit de havens van Rotterdam, Harlingen, Nieuwediep, Medemblik, Vlissingen, Oostende, Duinkerken, Calais en Boulogne werden de schapen verscheept. In Warcoing bij Doornik ontstond een soort van doorvoerplaats. Dit merkwaardige gezelschap stond aanvankelijk bekend als 'De Grote Kompenij' en zij die er deel van uitmaakten werden de 'schopsknikkers' genoemd. In de topjaren zette deze organisatie jaarlijks ruim een miljoen gulden om. Naast deze Grote Compagnie, opgericht rond 1826, bestonden er ook nog enkele kleinere compagnieën. Onderweg werd de kudde uitgebreid met schapen uit Duitsland en België. Vanuit Oost-Europa werden schapen met treinen aangevoerd. In 1915, tijdens de Eerste Wereldoorlog, ging de compagnie roemloos ten onder, door het volledig ontbreken van elke mogelijkheid tot handelsbetrekkingen, laat staan grensoverschrijdende schaapskudden en valuta problemen. In 1926 is de compagnie nog eenmaal bij elkaar geweest, niet zozeer vanwege commerciële afspraken maar wellicht vanwege een soort van reünie.

 

Ik las dit en vond het wel frapant dat dit wel echt in mijn gene zit.

Net als bij Math, waar zijn fam. ook altijd boer met vee houdend waren.

 

Komt U via Google op deze pagina en wilt u meer lezen over ons en onze kennel?

www.bordercolliekennel.nl   of bckennel@hotmail.com  kunt u mij mailen of verder lezen over ons