Wat is suikerziekte precies?


Bij de vertering in de darmen wordt voedsel afgebroken tot voor het
lichaam bruikbare bouwstenen; koolhydraten worden omgezet in suikers,
waarvan glucose de belangrijkste is.
Glucose wordt vanuit de darm in het bloed opgenomen om in de
lichaamscellen als brandstof te worden gebruikt. Lichaamscellen nemen
alleen glucose uit het bloed op als ze daartoe door het hormoon insuline
zijn aangezet. Als er te weinig insuline is, blijft er teveel glucose in het
bloed achter en is er sprake van suikerziekte. Bij suikerziekte is dus het
glucosegehalte in het bloed, ook wel het bloedsuikergehalte genoemd.
verhoogd.
Suikerziekte kan veroorzaakt worden doordat de insulineproducerende
cellen te weinig of helemaal geen insuline produceren (absoluut tekort).
Maar ook doordat de lichaamscellen, die onder invloed van insuline gluco-
se op moeten nemen, niet of niet goed reageren op insuline (relatief
tekort). Een relatief tekort aan insuline wordt vooral veroorzaakt als er een
teveel aan hormonen wordt geproduceerd die de werking van insuline
tegengaan.

Insuline

Insuline is een hormoon dat gemaakt wordt in de alvleesklier
Insuline zorgt er voor dat het bloedsuikergehalte op een normaal peil
wordt gehouden. Soms kunnen de cellen in de alvleesklier onvoldoende
insuline vormen. Het meest wordt dit gezien bij oudere teven en gecas-
treerde katers, maar het kan ook bij jonge honden voorkomen.
Bij bepaalde hondenrassen komt suikerziekte meer dan gemiddeld voor

Kan een dier genezen van suikerziekte?

Vaak kan de oorzaak die ten grondslag ligt aan het ontstaan van de sui-
kerziekte niet worden weggenomen. Meestal kan het dier door een regel
matig leefpatroon en door behandeling met het insulinepreparaat
Caninsulin een vrijwel normaal leven leiden.

 

Wanneer en bij welke rassen komt suikerziekte het meest voor?


De meeste honden die suikerziekte hebben zijn tussen 4 en 14 jaar oud, met een verhoogd percentage tussen 7 en 9 jaar. Suikerziekte kan ook bij de pup voorkomen, voor de leeftijd van 1 jaar, maar dit gebeurt zelden. De meest gevoelige rassen zijn Poedels, Cairn terriers, miniatuur Pinchers en Keeshonden. Bij dit laatste ras komt diabetes erfelijk voor. Bij sommige rassen komt diabetes echter bijna nooit voor : Rottweiler, Duitse herder, Boxer.
 


Wat zijn de verschijnselen van suikerziekte?

AIs er veel glucose in het bloed aanwezig is, zal de nier glucose aan de
urine af gaan geven (de nierdrempel wordt overschreden). De glucose in
de urine neemt extra vocht mee waardoor dieren meer gaan plassen en
als gevolg daarvan meer gaan drinken. Omdat glucose een belangrijke
brandstof is die nu verloren gaat, zal het dier meer gaan eten en desondanks gewicht gaan verliezen.
Verder worden de dieren trager en kunnen ze uiteindelijk ernstig ziek worden.

De belangrijkste verschijnselen zijn dus:

1. veel drinken
2. veel plassen
3. honger (in eerste instantie)
4. vermageren
5. malaise en braken (later stadium)

De diagnose

De waargenomen verschijnselen wijzen wel in de richting van suikerziekte
maar kunnen ook bij andere ziekten voorkomen. De definitieve diagnose
wordt gesteld wanneer een te hoog glucosegehalte in het bloed wordt
aangetoond en de urine glucose bevat. De aanwezigheid van een hoge
bloedsuikerspiegel is een betrouwbaarder maat dan de aanwezigheid van
glucose in de urine.

DE BEHANDELING

Mogelijke oorzaken wegnemen

Tijdens de cyclus bij teven wordt door de eierstokken het hormoon proges-
teron afgegeven. Dit hormoon kan de afgifte bevorderen van een hor-
moon dat een tegengestelde werking heeft aan insuline. Dit is de reden
waarom zo snel mogelijk de eierstokken moeten worden weggenomen.
Bij poezen treedt dit niet op, zodat de eierstokken bij poezen niet behoe-
ven te worden weggenomen.
Belangrijk is ook dat aan suikerziektepatiŽnten geen hormonen worden
gegeven die de krolsheid of de loopsheid tegengaan en ook geen bijnier-
schorshormonen zoals prednisolon en cortison.
Dieren die te dik zijn (dikke dieren hebben een verhoogde kans op suiker-
ziekte) worden op dieet gezet, zodat ze in enkele maanden (niet te snel)
weer een normaal gewicht krijgen.

Insulinetoediening

Suikerziekte wordt veroorzaakt door een insulinetekort. Daarom moet dit
tekort dagelijks, op een vast tijdstip. worden aangevuld met een insuline-
injectie. Dit lijkt eng, maar in de praktijk valt het reuze mee. Omdat niet
bekend is hoe groot het insulinetekort precies is, moet de juiste dosering
worden vastgesteld. Anders gezegd: uw dier moet worden ingesteld.

Behandeling met Caninsulin

Aan de hand van het gewicht van uw huisdier zal de dierenarts bepalen
hoeveel insuline moet worden gegeven. Hij zal u voordoen hoe u de insu
line uit het flesje opzuigt en hoe u het in moet spuiten. AIs u het zelf kunt,
en dat is echt niet moeilijk en veel minder griezelig dan het lijkt, zult u alles
meekrijgen om het thuis alleen te doen.
In het begin worden bloed en/of urine regelmatig gecontroleerd op glucose.

Urine wordt driemaal per dag gecontroleerd. Namelijk 's morgens voor
het eten, 's middags voor het eten en 's avonds wat later op de avond.
Het glucosegehalte in de urine kan eenvoudig worden vastgesteld met
verkleurende strips.
Bloedonderzoek wordt ongeveer een uur voor de tweede maaltijd uitge-
voerd met strips of een glucosemeter. Hiervoor is slechts ťťn druppel
bloed nodig. Ook bloedonderzoek kan na een instructie van de dieren-
arts door uzelf worden uitgevoerd. Het voordeel van bloedonderzoek is
dat het een betrouwbaarder beeld geeft van de situatie op dat moment.

Wanneer de juiste hoeveelheid insuline is vastgesteld, zal uw dier snel
herstellen. Het dier wordt levendiger en het vele drinken en plassen zal
afnemen. Ook hoeft dan het controleren van bloed of urine veel minder
vaak te gebeuren. Regelmatige controle blijft echter wel noodzakelijk,

want na verloop van tijd kan de behoefte aan insuline veranderen en kan
een aanpassing van de dosering nodig zijn. AIs uw dier eenmaal goed is
ingesteld, kan het een normaal leven leiden.

Voeding

Omdat de hoeveelheid insuline is afgestemd op de hoeveelheid glucose
die uw dier op een dag nodig heeft, is regelmaat in voeding belangrijk.
Daarom is het nodig dat uw dier op vaste tijdstippen, dezelfde hoeveel-
held eten krijgt waarvan de samenstelling steeds hetzelfde is.
Voor honden kan het best gebruik gemaakt worden van commercieel
droogvoer of diner dat wordt aangevuld met vlees .
Belangrijk is ook dat geen smakelijke 'tussendoortjes' worden gegeven.
 

Beweging

Ook de hoeveelheid beweging (inspanning) dient dagelijks gelijk te zijn.
AIs een dier ineens veel meer inspanning verricht (lange wandeling,
opwinding door bezoek of door spel) verbrandt het ook meer glucose. Dit
kan tot gevolg hebben dat het bloedsuikergehalte sterk daalt en een zoge-
naamde hypoglycemie ontstaat (zie ook: 'te laag bloedsuikergehalte'). AIs
dit gebeurt moet onmiddellijk glucose (druivensuiker) worden toegediend.

De vooruitzichten

De meeste suikerziektepatiŽnten kunnen, nadat zij goed op de insuline
zijn ingesteld, een normaal leven leiden. De levensverwachting van een
goed geregelde suikerpatiŽnt is dan ook vergelijkbaar met die van een
gezond dier. De belangrijkste complicatie is een laag bloedsuikergehalte.
Hoewel dit niet vaak voorkomt, is het belangrijk dat u weet hoe u in een
dergelijk geval het best kunt handelen.

 

Te laag bloedsuikergehalte (hypoglycemie)

De belangrijkste oorzaken voor het ontstaan van een te laag bloedsuiker-
gehalte zijn:

- Opname van minder voedsel in combinatie met de gebruikelijke
insuline-dosering.
- Plotselinge toename van het glucoseverbruik door verhoogde inspanning.
- Een te hoge dosering insuline.
- Een normale dosering insuline, wanneer de behoefte ineens is afgenomen.

Bij een te laag bloedsuikergehalte krijgen de hersenen te weinig
brandstof. Dit kan levensbedreigend zijn, en daarom is het belangrijk
dat u de verschijnselen herkent. 

De volgende symptomen kunnen voorkomen:

- honger
- rusteloosheid
- trillen of rillen
- vreemde bewegingen of vreemd gedrag
- spiertrekkingen
- bewusteloosheid (coma)

Als honden na de toediening van insuline gaan slapen en dan heel vast
slapen kan dat een aanwijzing zijn voor een laag bloedsuikergehalte.

 

Waar moet ik op letten bij het toedienen van de insuline?


- Een aangepaste spuit gebruiken.
- Goed opletten om geen lucht op te trekken in de spuit in plaats van insuline.
- Altijd op dezelfde manier prikken.
- Het insulineflesje in de koelkast bewaren (+/- 4įC) en voor gebruik heel voorzichtig een paar keer omdraaien (niet schudden !!).
- De vervaldatum niet overschrijden.
- Nooit zelf de dosis aanpassen, maar altijd advies vragen aan uw dierenarts.
- Het tijdstip van toediening heel strikt naleven.

 

Wat u in zo'n geval moet doen:

- Direct voedsel geven.
- AIs het dier niet wil eten, dan zo snel mogelijk druivensuiker of een
druivensuikeroplossing geven. U geeft hiervan 1 gram druivensuiker per
kilogram lichaamsgewicht. De oplossing kunt u voorzichtig in de
wangzak gieten, het poeder kunt u op het mondslijmvlies - vooral op en
onder de tong - wrijven.
- Zodra herstel optreedt: voedsel geven. Vervolgens het dier gedurende
meerdere uren goed in de gaten houden om na te gaan of de
verschijnselen opnieuw optreden.
- Het is verstandig om in geval van twijfel en ook wanneer het dier niet
reageert op de genoemde maatregelen contact op te nemen met de
dierenarts.

 

Terug  /  Home