•  

    Wij geven onze pups Royal Canin medium.

     

     

     

    Diaree

    Onder ‘normale’ omstandigheden zorgen de kauwspieren, het speeksel en de maag voor het vermalen
    van de voedingsbrok tot een brij. In de darmen wordt deze brij vervolgens door spijsverteringsenzymen 
    verteerd zodat de voedingsstoffen die het lichaam nodig heeft, via de darmwand opgenomen kunnen 
    worden in het bloed. Alle stoffen die niet verteerd kunnen worden of die het lichaam niet nodig heeft,
    worden uitgescheiden als ontlasting. Verschillende oorzaken kunnen leiden tot het niet goed verlopen 
    van dit proces en dit kan resulteren in diarree. Acute of chronische diarree;
    Diarree is onder te verdelen in acute en chronische diarree.
    Van acute diarree spreekt men als de diarree 1 tot 6 dagen aanhoudt. Wanneer de diarree meer dan 1 tot 2 weken aanhoudt, wordt gesproken van chronische diarree. 
    Bij iedere patiënt met diarree is het goed te realiseren dat
    bij het merendeel van de acute gevallen, de diarree vanzelf 
    zal stoppen. Vaak helpt het het dier 24 uur te laten vasten 
    en rijstewater (van gekookte rijst) te laten drinken. De tweede dag kan de gekookte rijst gegeven worden, de derde dag rijst met wat gekookt vlees, de vierde dag de helft van het normale rantsoen en de vijfde dag weer het normale rantsoen. Over het algemeen is de diarree dan gestopt. Ook andere diëten om het maagdarmkanaal tot rust te brengen zijn bekend.

     In alle gevallen dient altijd voldoende drinkwater (evt. rijstewater ) aanwezig te zijn. In tegenstelling tot acute diarree zal chronische diarree zelden spontaan overgaan en zal het zeker verstandig zijn uw dierenarts te raadplegen zodat deze kan trachten de oorzaak op te sporen. Ook bij het aanwezig zijn van bloed in de ontlasting is het raadzaam de dierenarts te raadplegen.

    Dunne of dikke darm diarree;
    Naast onderverdeling in tijd (acuut versus chronisch), kan diarree ook onderverdeeld worden op basis
    van locatie, namelijk in dunne en dikke darm diarree. Onderscheid tussen dunne en dikke darm diarree is 
    soms op basis van symptomen te maken. 
    Zo ziet men bij dunne darm diarree nog wel eens een sterke toename in de hoeveelheid ontlasting, 
    een lichte frequentie toename in het aantal malen ontlasten op een dag, zelden persen tijdens het ontlasten, zelden slijmbijmenging, zelden bloedbijmenging, wel afname in gewicht, toegenomen winderigheid en borrelende buikgeluiden. 

    Bij dikke darm diarree ziet men wel dat de hoeveelheid ontlasting iets is toegenomen, de frequentie 
    toename in het aantal malen ontlasten op een dag sterk is verhoogd, er duidelijk wordt geperst op de ontlasting, er slijmbijmenging aanwezig is in de vorm van een soort ‘vlies’, er regelmatig bloedbijmenging aanwezig is, zelden gewichtsafname en winderigheid plaatsvindt en geen borrelende buikgeluiden aanwezig zijn. Deze onderverdeling is helaas lang niet altijd zo zwart-wit als het lijkt. Het verschil tussen dikke en dunne darm diarree en de oorzaak van de diarree bepaalt dan ook verregaand het aanvullend onderzoek 
    van de dierenarts. 

    Oorzaken van diarree
    Er zijn verschillende oorzaken van diarree waaronder: darmparasieten, overgevoeligheids-reacties op voeding, onvoldoende werking van de alvleesklier, overgroei van bacteriën, darminfectie en tumoren. 
    Door middel van ontlastingsonderzoek op parasieten, eliminatiediëten voor overgevoeligheidsreacties, verteringsonderzoek om de werking van de alvleesklier te bepalen en het bekijken van de darm met een scoop kunnen bepaalde oorzaken uitgesloten of bevestigd worden.

    Overgevoeligheidsreacties;
    Overgevoeligheidsreacties op voeding komen meestal voor bij jonge dieren of bij het abrupt overgaan op ander voer. Bij verdenking hierop wordt meestal een eliminatiedieet gegeven om uit te maken waar het dier precies overgevoelig voor is. Gedurende 3 tot 10 weken dient een dieet gegeven te worden welke uit zo min mogelijk grondstoffen is opgebouwd en welke grondstoffen de patiënt nog niet (of minstens 6 maanden niet) gehad heeft (zoals struisvogel of geit). Dit dieet moet strikt gehandhaafd worden. Een enkel stukje brood, koek of worst kan het hele dieet al verstoren. Wanneer met het eliminatiedieet de klachten (grotendeels) zijn opgelost, worden langzaam oude voedselbestanddelen toegevoegd. Bij allergie of intolerantie van voedsel treden binnen enkele uren tot 3 dagen weer klachten op. Wanneer dan door het verstrekken van het eliminatiedieet de klachten weer verdwijnen en bij herhaald proberen oude voedselbestanddelen toe te voegen weer klachten optreden, is voeding als oorzaak aangetoond.

    Samengevat;
    Kort samengevat zijn adviezen met betrekking tot diarree:
    - Abrupte voedingsveranderingen tegengaan
    - Let goed op de frequentie van ontlasten en op aspecten van de ontlasting zoals kleur (evt. bloed),
       slijm, hoeveelheid en of de hond perst tijdens het ontlasten en of er gewichtsafname optreedt..
    - Bij diarree korter dan 1 week de hond 24 uur laten vasten en vervolgens het dieet met rijst 
      (als eerder beschreven), of soortgelijk dieet geven.
    - Overleg met dierenarts voor eventueel gebruik Finidiar.
    - Bij diarree met bloedbijmenging of langer aanhoudend dan 1 tot 2 weken de dierenarts raadplegen.
    - Als de hond erg ziek of sloom is de dierenarts eerder raadplegen. 
    - Zorg ervoor dat er altijd voldoende drinkwater voor de hond aanwezig is.

    Wat is eigenlijk Giardia?

    Giardia is ’n ééncellige darmparasiet die kan voorkomen in de dunne darm van veel dierensoorten. Zo komt de parasiet niet alleen voor bij honden en katten, maar zelfs ook bij mensen….
    Bij honden komt een infectie met Giardia veel vaker voor dan bij een kat. Vooral honden, jonger dan een jaar zijn vatbaar. Na infectie leeft de parasiet op het slijmvlies van de dunne darm en voedt zich daar ten koste van de gastheer. Deze vorm van Giardia wordt trophozoïet genoemd. In de darm vormt Giardia cysten die met de ontlasting uitgescheiden worden. Deze cysten zijn meteen infectieus voor andere dieren.

    Hoe vind besmetting plaats ?
    Besmetting vind plaatst door het opnemen van de infectieuze cysten. Dit kan gebeuren als uw hond of kat in aanraking komt met ontlasting van besmette dieren, bijvoorbeeld als ze de vacht van een andere hond likken of drinken van besmet water. De opgegeten cysten breken in de darm open en dan komt trophozoïet vrij.

    De symptomen:
    De symptomen zijn meestal mild van aard en kunnen varieëren van geen klachten tot niet ernstige diarree met zachte, licht gekleurde ontlasting. Andere symptomen die bij Giardia voorkomen zijn vermageren, lusteloosheid, slijm bij de ontlasting en een slechte eetlust. Deze klachten zijn niet specifiek voor Giardia, maar worden ook bij andere darmaandoeningen gezien.

    Diagnose en therapie

    De diagnose kan worden gesteld aan de hand van een ontlasting-onderzoek. 
    Voorheen was het erg moeilijk om de parasiet aan te tonen en moest men soms van minimaal 3 dagen de ontlasting opsturen naar een laboratorium.

    Behandeling

    Giardia is gelukkig makkelijk te behandelen. 
    Vaak is het geven van medicatie gedurende 5 dagen voldoende om Giardia te kunnen bestrijden.

    Verstopping bij de hond dat kan dus ook het geval zijn.

     

    Heeft uw huisdier moeite met ontlasting? Een paar dagen geen ontlasting? Moet u huisdier erg persen? Is de ontlasting erg hard?
    Dit zijn kenmerken van verstopping (of 'obstipatie'). Voor een goede uitscheiding van de ontlasting dient u een paar dingen in acht nemen:

    voldoende vezelrijke voeding. Vezels zijn nodig om vocht vast te houden.

    voldoende drinken

    voldoende lichaamsbeweging

    Wanneer krijgt uw huisdier last van verstopping?

    Het komt voor bij oudere dieren, waarvan de darmen niet optimaal meer functioneren Als uw huisdier normaal nooit verstopping heeft, kan verstopping een gevolg zijn van een verandering in het dagelijkse eetpatroon. Misschien heeft uw huisdier iets anders gegeten dan normaal (witbrood in plaats van bruin volkoren), te weinig beweging gehad of te weinig gedronken. Of uw huisdier heeft een bot opgegeten, dit gaat vaak samen met kruimelige, harde, witte of lichtgekleurde ontlasting. Afhankelijk van de grote van het bot kan dit ook tot verstopping leiden. Een enkele keer is verstopping het gevolg van een ziekte of van het gebruik van bepaalde geneesmiddelen

    Wat kunt u eraan doen?  

    Zorg voor voldoende vezelrijke voeding. Vezels zijn nodig om vocht vast te houden; als de ontlasting minder vocht bevat, wordt hij harder. 
    Laat uw huisdier voldoende drinken eventueel lauw water.
    Zorg voor lichaamsbeweging.

    Komt U via Google op deze pagina en wilt u meer lezen over ons en onze kennel?

    www.bordercolliekennel.nl   of bckennel@hotmail.com  kunt u mij mailen of verder lezen over ons